artikel

Markt voor slimme gebouwautomatisering staat op kantelpunt

digitalisering

Sensoren kunnen de luchtkwaliteit in gebouwen contoleren, maar toegepast in een ketel iets zeggen over de noodzaak van onderhoud. Ook een mobiele telefoon kan als sensor dienen, want de verzamelde data zegt immers iets over de bezettingsgraad van een gebouw. En zelfs over de locatie van de individuen in het gebouw. Sensoren, data, software en het internet der dingen maken gebouwbeheer een stuk slimmer.

Markt voor slimme gebouwautomatisering staat op kantelpunt

Door Tijdo van der Zee

 

Het Internet of Things laat gebouwen met zichzelf en met hun gebruikers communiceren. Zo kan een kantoorgebouw gebruikers een vrije werkplek aanwijzen en daarmee inspelen op de behoefte aan flexibiliteit en efficiëntie. Maar ook kan een gebouw zijn eigen conditie in de gaten houden en onderdelen laten vervangen als het nodig is. Hiermee staan we op de drempel van nieuwe verdienmodellen rond gebouwbeheer.

IoT wordt vaak gedefinieerd als een nieuw soort internet, waarbij niet mensen, maar alledaagse voorwerpen zijn verbonden met het netwerk. Toepassing van IoT in gebouwen zou gebouwen ‘slimmer’ kunnen maken, zegt Bart Lelij, directeur business development bij SWYCS, een bedrijf dat een platform biedt voor data-analyse van data die afkomstig zijn van sensoren. IoT in gebouwen ziet hij in de meest technische zin als volgt: “Je hebt sensoren die iets opmeten, deze data worden verstuurd naar de cloud en geanalyseerd en vervolgens is er een actor  – een ventilatieklep of bijvoorbeeld een pomp – die een commando uitvoert.”

 

Kantelpunt

De markt voor slimme gebouwautomatisering staat op een kantelpunt, zegt hij. “De sensortechnologie ontwikkelt zich snel. Je hebt nu een veelheid aan sensoren, die bijvoorbeeld de zuurgraad meten, luchtverontreiniging en zelfs scheuren in muren. De draadloze technieken worden steeds beter, net als de batterijen in de sensoren. En sensoren worden steeds goedkoper. Een sensor die nu nog voor tachtig euro over de toonbank gaat, kost over een paar jaar nog maar dertig. En soms zullen ze nog veel verder in prijs dalen.”

Anders dan sommigen in de IoT-business zullen doen geloven, is gebouwautomatisering op basis van sensortechnologie helemaal niet zo nieuw. In de grotere utiliteit zijn installaties via sensoren al heel vaak verbonden met het (online) gebouwautomatiseringssysteem. Zeker in de industrie geeft zo’n beetje elke machine door middel van sensortechnologie regelmatig updates door. En in de woningbouw en kleinere utiliteitsbouw zijn ketelfabrikanten als Intergas, Nefit en Remeha druk bezig met IoT-implementatie.

Sensoren in hun ketels kunnen via verschillende communicatieprotocollen hun data, zoals die over waterdruk, naar de cloud sturen. Speciaal ontwikkelde software kan van deze berg aan data nuttige analyses maken en bijvoorbeeld bepalen wanneer een servicemonteur moet worden langs gestuurd voor een onderhoudsbeurt. Let wel: voordat de ketel daadwerkelijk in storing gaat. Predictive maintenance heet dat.

 

Inzichtelijk maken

Er zijn ook bedrijven die van IoT-toepassingen in gebouwen hun core business maken. Neem bijvoorbeeld de startup Cloud Garden uit Zwolle. “Wij integreren de nieuwste inzichten over natuur en smart technology van universiteiten in een gebouw”, zegt oprichter en directeur Tom Koenderman. “In gebouwen met slechte ventilatie krijg je een hoge concentratie van vluchtige organische stoffen (voc’s), afkomstig van verf, tapijt, meubilair en plastics. Dit zijn de veroorzakers van productiviteitsverlies en de meest voorkomende gezondheidsklachten in gebouwen. Gebruikers die lang in zo’n gebouw zitten kunnen last krijgen van het sick building syndrome”, zo schetst hij in grove lijnen het probleem.

En de oplossing? “Wij bieden een groenewandsysteem, een plantenwand die de lucht zuivert. Het slimme aan ons product is dat we deze groene wand hebben gekoppeld aan sensoren in de ruimte die de concentratie aan voc’s meten en op basis van deze meetdata worden de ventilatoren aangestuurd die de lucht langs de groene wand blazen. Onze sensoren maken de problematiek inzichtelijk.”

Het bedrijf, dat pas net een jaar oud is, haalde onlangs 100.000 euro op om het product verder te ontwikkelen.  Koenderman weet hoe zijn product moet verkopen: “Aangezien huisvesting maar 10 procent van de totale kosten van de bedrijfsvoering uitmaken en personeel tot wel 90 procent, moet je om je idee te verkopen niet naar de facilitaire dienst stappen, maar naar de HR-afdeling. Als je hen kan overtuigen dat ze door betere ventilatie en betere luchtkwaliteit minder ziekteverzuim hebben, dan zit je met je product gebakken.”

 

Mobiele telefoons

Een ander bedrijf dat de vruchten plukt van de snelle ontwikkeling van IoT is Lone Rooftop uit Amsterdam. Dit bedrijf gaat lege werkplekken in kantoren te lijf door inzichtelijk te maken waar nog plaatsen vrij zijn. Het systeem pikt met wifi  signalen op van mobiele telefoons van gebouwgebruikers en verwerkt deze data tot informatie over de bezettingsgraad. De data worden daarbij geanonimiseerd om de privacy van medewerkers te beschermen.

Legio toepassingen zijn hier mogelijk, zoals koppeling van het systeem aan de schoonmaakroosters: niet gebruikte werkplekken hoeven dan ook niet schoongemaakt te worden. Ook koppelingen met BHV of gebouwbeheersystemen zijn mogelijk, waardoor verlichting en klimatisering worden gestuurd en afgestemd op basis van de bezettingsgraad. Lone Rooftop bestaat inmiddels ruim drie jaar en ontving vorig jaar van het Nederlandse Mamadoo Ventures een half miljoen euro aan groeikapitaal. Inmiddels wordt het systeem toegepast in gebouwen van de Wageningen Universiteit en ABN Amro.

 

Building as a service

IoT-technieken zullen uiteindelijk zelfs heel nieuwe verdienmodellen mogelijk maken, zegt Luc Lageweg, directeur van installatiebedrijf Spie Nederland vestiging Zwolle. Bekend is inmiddels het concept lighting as a service, waarbij gebruikers niet meer betalen voor lampen, maar voor licht. “Wat nu als je dat concept hanteert voor alle functies in een gebouw? Dan krijg je niet lighting as a service, maar building as a service, BAAS. Je betaalt dan bijvoorbeeld geen huur naar het aantal bureaus dat je nodig denkt te hebben, maar je betaalt al naar gelang je gebruik van die werkplekken.”

Dit vernieuwende principe zal bijvoorbeeld worden toegepast in het circulaire woon-werkgebouw The Dutch Mountains in Eindhoven, dat naar verwachting in 2020 in gebruik genomen wordt en waaraan Spie meewerkt. “Licht, warmte, voedsel, meubilair, installaties, gevels en grond: in het systeem van The Dutch Mountains zijn het allemaal diensten”, zo schrijft het projectteam. Die circulariteit en building as a service kunnen alleen worden geleverd als het gebouw en zijn gebruikers continu ‘vertellen’ hoe het gebouw gebruikt wordt. Slim gebruik van IoT, sensoren, software en data die samen een lerend systeem vormen, zullen die concepten handen en voeten geven. Het idee is dat het gebouw hierdoor in de toekomst steeds gebruiksvriendelijker, comfortabeler en gezonder wordt.

 

Hackathons

IoT is jong en hip. En dat heeft zijn voordelen, want ineens zie je dat een heel ander publiek zich op gebouwbeheer gaat richten. Designers en developers sluiten zich tijdens populaire startup weekends of hackathons één of enkele dagen op, om op het eind (en vele pizzapunten later) een werkend prototype te demonstreren. Dat levert natuurlijk niet altijd bruikbaar materiaal op, maar soms zit er iets interessants tussen. “En vooral de energie op zulke dagen is heel aanstekelijk”, zegt Luc Lageweg van Spie. “Hier durven ze nog out of the box te denken. Daar  moeten we het van hebben.”

Afgelopen juni was er weer zo’n hackathon. Deze keer georganiseerd door startuphub Launchlab, op de zevende verdieping van een bedrijfsverzamelgebouw op een bedrijvenpark in Zwolle. Zes teams streden een dag lang om de hoofdprijs: 250 euro cash en nog wat goodies, zoals een SWYCS IoT Development Kit ter waarde van 575 euro. De wedstrijd werd gewonnen door team Flex 2 Match, dat kantoorgebruikers en het energieverbruik van het gebouw op een slimme manier aan elkaar wilde koppelen. En je weet het nooit, misschien waren we hier wel de getuige van de start van een nieuwe Schneider Electric, Honeywell, Priva of Siemens.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels