artikel

Schrijvers Technische Installaties experimenteert met IoT in Dome-X

digitalisering

In Dome-X, een bedrijfsverzamelpand in Oss, experimenteert Schrijvers Technische Installaties met sensoren in een IoT-achtige configuratie. Bij dit experiment speelt ook BIM een rol.  “Het is pionieren. Je moet het gewoon proberen, want er zijn nog geen opleidingen voor. En dan kom je er vanzelf achter wat werkt en wat niet.”

Schrijvers Technische Installaties experimenteert met IoT in Dome-X

Tekst en beeld Tijdo van der Zee

Dome-X is een bedrijfsverzamelpand waarin een vijftiental bedrijven en organisaties  zijn gevestigd. Ook Schrijvers Technische Installaties houdt er kantoor. Schrijvers is  volle dochter van Hendriks Bouw en ontwikkeling, dat  het hoofdkantoor een deur verderop in de straat heeft.

Data verzamelen en verwerken

Afgelopen zomer, in de bouwvak, heeft Schrijvers in het pand in verscheidene ruimtes sensorendoosjes geïnstalleerd, die data verzamelen over luchtvochtigheid, temperatuur, lichtintensiteit en CO2-waardes. En sommige meten ook luchtkwaliteit. Die data worden geaggregeerd en verwerkt in een soort waarschuwingssyteem. Slaat de meter rood uit, dan zijn de waardes niet in orde. Het aardige is dat voor de visualisatie gebruik wordt gemaakt van het BIM-model van het pand.

Beginnen met IoT

“Het is echt een experiment”, zegt Michael Kuylaars, directeur van Schrijvers Technische Installaties. “Je moet ergens beginnen met IoT, smart buildings en sensoren. Wij pakken dit heel pragmatisch aan.”

BIM Light

Overigens is het gebruikte BIM-model niet een volledig BIM-model, zegt Christina Randjiet-Singh, engineer bij Schrijvers. “Het is puur een model van de constructie. Het is het BIM-model van toen het pand werd opgeleverd. Dus inmiddels een aantal jaren oud.  BIM Light. Maar voor onze proeven volstaat het prima.”

 

Sensoren

“Deze sensoren hebben we zo ingesteld dat ze elke vijf minuten informatie verzamelen”, zegt Randjiet-Singh. “Dat is vaker dan de frequentie bij gangbare gebouwbeheersystemen. Want die zit vaak op een kwartier. Terwijl je vaak ziet dat mensen juist maar heel even van een ruimte gebruik maken. Om te bellen of even een mail te tikken bijvoorbeeld.”

 

Google Maps

De verzamelde data stuurt Schrijvers naar het Amersfoortse ICT-bedrijf SlimLabs. Doordat van elke sensor is aangegeven in welke ruimte die zich bevindt, kan Slimlabs deze data koppelen aan dezelfde ruimtes in het BIM-model, dat door SlimLabs is geplaatst op Google Maps. En als de data te ver afwijken van de opgegeven setpoints, dan kleuren de corresponderende ruimtes rood. Kuylaars: “En dat is real time, en dus een aansporing om actie te ondernemen. Dat doen we nu nog niet, maar dat gaan we binnenkort wel doen. Dan gaan we de ventilatie en de verlichting ermee  aansturen.”

 

KNX

Kuylaars zegt daarbij dat KNX van oorsprong een besturingssysteem is voor verlichting, maar dat het in Dome-X is uitgebreid met de klimaatinstallatie. “Je zult zien dat we gekke dingen gaan tegenkomen. Want als je de ventilatie laat reageren op het CO2-gehalte, en je werkt grotendeels met recirculatie, zoals hier, dan is het effect veel minder dan je zou willen. Dat is misschien een tekortkoming in het ontwerp van dit gebouw, maar die zitten in zoveel gebouwen. Er zijn weinig ideale gebouwen. Daarom is het zo goed om real time te meten en te experimenteren.”

 

LoRa-netwerk

De sensordoosjes (Gira KNX-sensoren) in Dome-X zijn ingetakt op het KNX-systeem en versturen hun data én verkrijgen hun voeding via dit GBS. Die data gaan vervolgens naar een gateway in de serverruimte in het gebouw. Dat is hier een Raspberry Pi, een kleine eenvoudige computer. En die stuurt de data weer naar SlimLabs. “In het gebouw naast Dome-X, in het pand van Hendriks Bouw, hebben we draadloze sensoren geïnstalleerd, die werken met het LoRa-netwerk van KPN”, zegt Kuylaars.

 

Signalen versterken

“Dat functioneert redelijk, en de batterijen gaan lang mee, maar we merken wel dat de signalen verstoord worden door de muren en wanden. Je zal dus een manier moeten vinden om die signalen binnen het gebouw te versterken. Draadloze sensoren zijn vooral handig bij bestaande gebouwen. Want bij nieuwbouw kan je veel makkelijker bedrade versies installeren. Een voordeel van draadloos is wel dat ze minder duur zijn dan sensoren die werken met KNX en flexibeler inzetbaar.”

 

 Sensor in het kozijn

De mogelijkheden van IoT en sensordata zijn eindeloos. En veel bedrijven zijn druk doende om allerhande slimme en efficiënte oplossingen te bedenken. Zo werkt Deerns-dochter bGrid met het bedrijfje Mapiq aan sensoren die gekoppeld zijn aan mobiele telefoons van gebouwgebruikers, waardoor zij makkelijker een werkplek of bijvoorbeeld een collega kunnen vinden. Heijmans en schoonmaakbedrijf CSU zetten met hun samenwerkingsverband BeSense  het Internet of Things in om de schoonmaak van een gebouw efficiënter te maken: een ruimte die niet gebruikt is hoeft ook niet schoongemaakt te worden. En met Pulse zet Strukton Worksphere in op ‘datagestuurde dienstverlening’.

Conditie verflaag inschatten

“Of je plaatst een sensor in een gleufje in een houten kozijn”, brainstormt Kuylaars voor de vuist verder weg, “zodat je op basis van de vochtigheid de conditie van de verflaag in kan schatten. Dan werk je niet meer met een meerjarenonderhoudsplan maar op basis van werkelijke behoefte. Veel efficiënter. De enige beperking met IoT is je eigen fantasie.”

 Verwachtingsmanagement

Zover is het nog niet bij Schrijvers. De eerste plannen zijn hier gericht op ‘verwachtingenmanagement’, zoals Kuylaars het noemt. “Een gebouw is altijd ontworpen met bepaalde installatietechnische specificaties. Door metingen kan je controleren of het gebouw voldoet aan die specs. Functioneert het gebouw dus zoals het ooit bedacht is? Dat lijkt zo logisch, maar in de praktijk zie je dat er na oplevering vaak niet meer naar die specs wordt omgekeken. Met sensoren kan je echter constant monitoren en de verkregen data naast het programma van eisen leggen.”

‘Behaaglijkheid is subjectief’

Randjiet-Singh vult aan: “Je hoort vaak van gebruikers: het is zo warm, of het is zo koud. Maar als je dan gaat meten, blijkt de temperatuur vaak keurig binnen de gestelde setpoints van het programma van eisen te liggen. Dan is er dus iets anders aan de hand. Misschien is er tocht, en moeten we daar naar kijken.” Kuylaars: “Behaaglijkheid is subjectief -zie het Mollier diagram. Maar door deze sensordata heb je altijd een argument en kan je de emotionele kant elimineren. Je krijgt sneller discussies over de inhoud, in plaats van over wie er verantwoordelijk is of gelijk heeft.”

Dalende prijzen

Op dit moment wordt er door Schrijvers Techniche installaties druk gepuzzeld op wat de beste plek is voor de sensoren in de ruimte. Kuylaars: “Ze hangen nu aan het plafond, maar CO2 zakt naar beneden. Dus kunnen we ze beter wat lager monteren. Of beter nog misschien op tafel, omdat dat nog dichter is bij waar we ademhalen. ” De ideale plek van de sensor is eigenlijk afhankelijk van wat je wil meten, zegt Randjiet-Singh. “De aanwezigheidssensor kan bijvoorbeeld weer beter in het plafond.”

‘Sensor betaalt zich terug’

Op termijn zijn de sensoren wellicht geïntegreerd in of op een tafel én op het plafond gemonteerd, simpelweg omdat ze steeds goedkoper zijn. Kuylaars: “De prijzen dalen enorm. In een weekendje bouw je je eigen basispakketje, met gateway en sensoren. Voor nog geen honderd euro. En dat hang je dan aan een LoRa-netwerk. En klaar. Op termijn krijg je je sensor gratis bij je product geleverd. Dan is het de leverancier te doen om je data. Die sensor betaalt zicht wel terug.”

In deze gratis whitepaper vertellen installateurs over hun ervaringen met BIM.

Reageer op dit artikel