artikel

NEN 1010 niet geschikt voor de doelgroep?

elektrotechniek

Is de NEN 1010 een goede norm? Het is maar hoe je het bekijkt.

NEN 1010 niet geschikt voor de doelgroep?

Technisch zit de NEN 1010 in het algemeen prima in elkaar. En als je als maatstaf neemt dat de Nederlandse versie het internationale moederdocument exact moet vertalen, is er ook niets mis mee. Maar vind je het belangrijk dat de inhoud correct wordt toegepast, dan is de norm slecht, aldus experts. Praktijkmensen worden afgeschrikt door de dikte, lopen vast in de teksten en hebben de grootste moeite om de structuur te doorgronden.

Wisselende kwaliteit

Peter Treffers van Elektroraad is kritisch over de NEN 1010. “De technische kwaliteit is gemiddeld van een goed niveau. Hoofdstuk 4 is bijvoorbeeld inhoudelijk uitstekend, al staat daar tegenover dat er elders grote fouten staan. In de versie uit 2015 ontdekten we ruim 300 fouten dus gemiddeld om de pagina een fout. De normcommissie heeft 80 procent aangepast, maar de overige 20 procent niet gecorrigeerd. We weten niet waarom.”

Taalgebruik en structuur ingewikkeld

Ook bij de uitstekende gedeelten zijn taalgebruik en structuur echter erg ingewikkeld: “Geschikt voor mensen op Hbo of universitair niveau, maar niet voor de mensen die de norm moeten gebruiken. Dat zie je terug in de cursussen die we organiseren. Die duurt ruim 5 dagen en vergt minstens 75 uur thuisstudie. Toch slaagt maar 40% van de deelnemers.”

Toegankelijkheid

De slechte toegankelijkheid geeft problemen, merkt Treffers: “We geven regelmatig onze expertise bij rechtszaken en zien dan dat installaties vaak verkeerd zijn uitgevoerd. Hetzelfde constateren we als bedrijven ontwerptekeningen laten controleren. Er zitten vaak cruciale fouten in, die installateurs veel geld kunnen kosten.” Dat betekent niet dat aangelegde installaties vaak onveilig zijn: “In de woningbouw wijken de veiligheidseisen weinig af van tientallen jaren geleden. En veel installateurs laten het werk in complexe situaties zoals medische ruimten over aan gespecialiseerde bedrijven.”

Goed te doen

Het ‘gemiddelde’ installatiebedrijf zegt weinig problemen te hebben met de NEN 1010, blijkt uit een rondvraag van Installatie Journaal in 2015: “We gebruiken normteksten niet dagelijks, maar wel zeer regelmatig. Als je weet waar staat wat je nodig hebt, dan lukt het, maar je moet echt de weg even weten. Vaak zijn praktijkrichtlijnen handig, want die geven een uitleg die beter aansluit bij de praktijk. Dat is een goede aanvulling, want de normteksten zelf zijn niet altijd even duidelijk opgeschreven.” Anderen vinden dat ze weinig met de NEN 1010 te maken hebben: “Onze basiskennis is op orde en dus komen we een heel eind.” Veel bedrijven vinden de norm niet van toepassing op woningrenovaties, maar schrikken wel van wat ze soms aantreffen: “In bestaande panden zie ik nogal eens dingen die niet kloppen met de normen. Dan denk ik: heb ik daar nu zo lang voor mijn papieren geleerd als hier maar wat gerommeld wordt?”

‘Normen volgen is basisvoorwaarde’

Kropman Installatietechniek vindt het een basisvoorwaarde om volgens de normen te werken. Dat wordt per normeditie lastiger, vindt Landelijk Coördinator Elektrotechniek Jan Meijer. “De NEN 1010 wordt om te beginnen steeds dikker. En veel tekst lijkt geschreven voor juristen en is daardoor moeilijk in de praktijk toe te passen. In vorige edities stonden op de linker pagina verklaringen. Dat gaf wat ondersteuning voor de praktische lezer. Nu vind je de uitleg in de praktijkrichtlijn NPR 5310, maar deze zijn nog steeds niet voor alle bepalingen uitgewerkt. In het middelbaar technisch onderwijs wordt vaak alleen die NPR behandeld en de NEN 1010 alleen genoemd.”

Praktijkmensen in normcommissie

Wat Meijer betreft komen er meer praktijkmensen in de normcommissie om de norm beter leesbaar te maken. “Hun aandeel zou minstens zo groot moeten zijn als dat van commerciële partijen.” Hij overweegt zelf lid te worden: “Ik heb me aangemeld voor een kennismakingssessie. Daar wil ik inschatten of ik iets op dit terrein kan bereiken. Dat is voor mij een vereiste, want het lidmaatschap kost tijd en geld, die zich op de een of de andere manier moet terugbetalen.”

Medewerkers bijscholen

De steeds hogere frequentie waarmee de NEN 1010 verandert, maakt het lastiger om bij te blijven: “We moeten bij elke publicatie van een nieuwe editie een paar honderd medewerkers bijscholen.” Meijer informeert het management over de noodzaak van trainingen en houdt zich ook bezig met de inhoud. Daarnaast is hij vraagbaak voor medewerkers: “Het is voor een organisatie als de onze belangrijk die kennis te spreiden, zodat we op elke vestiging iemand hebben die de norm in zijn volledigheid kan interpreteren.”

Uitstekende norm

Pouw Jongbloed is lid van de normcommissie. Hij is enthousiast over de kwaliteit van de norm, omdat die een zeer goede vertaling is van de internationale moedernorm. “Wel pleit ik ervoor dat er een aparte norm komt voor huisinstallaties. Want het gaat erg ver dat je voor de aanleg van een installatie van 2500 euro 750 pagina’s normtekst moet kennen.”

Afbeeldingen

Jongbloed kent de kritiek op de leesbaarheid en de toegankelijkheid. “Ik had graag gezien dat er in de norm afbeeldingen zouden staan die de tekst toelichten. Daarmee kunnen monteurs beter uit de voeten, die moet je niet vermoeien met lappen tekst. Maar binnen de huidige manier waarop normen worden gemaakt, zit zo’n verandering er niet in. De inhoud wordt op internationaal niveau bepaald en daar is bijvoorbeeld ook aangegeven hoe woorden moeten worden vertaald.

Netscheider = hoofdschakelaar

Ik wilde een woord vertalen met het gangbare ‘hoofdschakelaar’. Dat mocht niet: het moest ‘netscheider’ zijn. Geen techneut snapt wat dat is en daarom stelde ik voor achter netscheider tussen haakjes ‘hoofdschakelaar’ te zetten. Dat voorstel is afgekeurd, omdat in de internationale tekst ook niets tussen haakjes staat. En dus vind je ‘hoofdschakelaar’ ook niet in de trefwoordenlijst. Laat staan dat ik het voor elkaar zou kunnen krijgen om de oude toelichtingen terug te krijgen.”

Basisnorm is maatgevend

Jongbloed heeft niet de illusie dat hij internationaal tot een toegankelijker norm kan komen en ziet weinig in de pogingen om naast de norm een toegankelijker versie te schrijven: “Het probleem is dat die niet juridisch is vastgelegd. De basisnorm zal dus altijd maatgevend blijven.” Hetzelfde bezwaar ziet hij voor inhoudelijk in het algemeen prima commerciële uitgaven zoals de Kennisbank NEN 1010 van Vakmedianet.

Verbeteren

Hoe er dan wel een verbetering kan komen? Jongbloed: “Een eerste stap is dat er meer praktijkmensen in de normcommissies komen. In Duitsland worden goede mensen uit de industrie gevraagd om lid te worden. De werkgeversorganisatie betaalt de kosten. Zo’n model is in Nederland ook denkbaar. Op dit moment kost het lidmaatschap je geld en tijd. Daarom treden er vooral bedrijven toe die ook een commercieel belang zien, maar die niet altijd brede technische kennis hebben. In de nieuwe opzet zouden subcommissies ook praktijkrichtlijnen kunnen maken, want die kunnen in het algemeen ook wel een kwaliteitsimpuls gebruiken. De goed leesbare norm ga ik trouwens zelf maken… over een jaar of tien als ik gepensioneerd ben.”

 

Reageer op dit artikel