artikel

NEN 1010: beveiliging tegen onderspanning

elektrotechniek

Behalve veel bepalingen en informatie over de beveiliging tegen overspanning in in rubriek 445 van de NEN 1010 ook iets opgenomen over de beveiliging tegen onderspanning.

NEN 1010: beveiliging tegen onderspanning

Door Sjef Cobben en Nico Kluwen

Een onderspanning kan ontstaan door storingen in het voedende net, of door grote inschakelstromen.

Breuk in de nulgeleider

Een voorbeeld van een storing in het voedende net (of in het begin van een installatie) is een breuk in de nulgeleider. Het sterpunt ligt dan niet meer vast en de spanning, zoals te zien is in de afbeelding onder deze alinea, is dan niet meer gegarandeerd. Het sterpunt kan alle kanten opschuiven afhankelijk van de belasting en kan leiden tot over- en onderspanningen.

Driefasensysteem met breuk in nulgeleider.

Onderbroken nul

In de afbeelding hieronder zijn gemeten spanningen weergegeven in een installatie waar de nul onderbroken was. Duidelijk is te zien dat afhankelijk van de belasting het sterpunt verschuift. Verlaging van de spanning in een bepaalde fase leidt tot verhoging in een andere fase.

Gemeten spanningen in een installatie met een nulonderbreking.

Beveiliging tegen asymmetrie

In toekomstige NEN 1010-boekwerken zal dit fenomeen wellicht ook worden meegenomen. Het kan zijn dat een beveiliging tegen deze asymmetrie in de spanning als verplichting wordt opgenomen. Desondanks kan het, als er veel gevoelige apparatuur in de installatie aanwezig is, geen kwaad een beveiliging toe te passen en de installatie af te schakelen als de spanning niet meer is gedefinieerd.

Beoordeling installatie in netcode

In de netcode wordt een installatie beoordeeld op het gedrag bij het terugkeren van de spanning na een onderbreking. Wanneer de spanning is weggevallen, moet worden voorkomen dat bij het terugkeren van de spanning alle toestellen van de diverse gebruikers weer gelijktijdig inschakelen. Dit zou immers tot zeer grote inschakel- en aanloopstromen kunnen leiden (en dus weer tot een nieuwe afschakeling van de spanning).

Nulspanningsbeveiliging

Is er meer dan 10 kW aan vermogen van motoren in een installatie aanwezig, dan wordt een nulspanningsbeveiliging voorgeschreven. Hierbij heeft het de voorkeur dat geen gemeenschappelijke nulspanningsbeveiliging wordt toegepast. Meestal is het ook eenvoudig om elke motor afzonderlijk met een magneetschakelaar te voorzien van een eigen nulspanningsbeveiliging.

Immuniteit tegen spanningsdips

Verder moet een eigenaar zelf een afweging maken in hoeverre hij zijn installatie immuniteit wil geven tegen optredende spanningsdips. Bij sluitingen in het voedende net kan de spanning kortstondig dalen (gedurende o,2-1,5 seconde). Dit kan tot uitval van processen leiden. Het verdient aanbeveling in het ontwerp van de installatie deze spanningsdip als mogelijk fenomeen mee te nemen in het ontwerp van een installatie.

Deze informatie komt uit het boek NEN 1010 uitleg en toepasingen

Reageer op dit artikel