artikel

Amsterdam Light Festival

installatiebranche

Van 28 november ’15 tot en met 17 januari ’16 stond Amsterdam voor de vierde keer zowat letterlijk in de schijnwerpers. Tijdens het jaarlijkse Amsterdam Light Festival toverden zo’n veertig nationale en internationale kunstenaars de stad om tot een lichtstad door middel van verschillende lichtkunstwerken. Via een vaar- en een wandelroute konden alle kunstwerken worden bekeken.

Amsterdam Light Festival
Janus van den Eijnden

Door Evi Husson

Aan het Amsterdam Light Festival gaat een enorme voorbereiding vooraf, vertelt Rogier van der Heide, artistiek directeur van het festival en daarnaast samen met Felix Guttman één van de bedenkers van het festival. ‘Na de laatste dag van het festival van het jaar voordien, nemen we één dag vrij, om de volgende dag weer met de voorbereidingen voor de volgende editie te beginnen.’ Een thema wordt bedacht, een opdracht uitgeschreven en (licht)kunstenaars van over heel de wereld krijgen de mogelijkheid om zich aan te melden. Bastiaan Schoof, verantwoordelijk voor de technische realisatie van het evenement, vult aan. ‘We krijgen honderden voorstellen binnen per editie. Een deel valt sowieso af omdat ze technisch niet haalbaar zijn. Je kunt zaken op papier nog zo mooi bedenken, maar natuurkundige wetten kun je nu eenmaal niet ombuigen, hoe graag je dat ook zou willen. Van de complete meer gedetailleerde aanmeldingen die we uiteindelijk ontvangen, stellen we er ongeveer honderd voor aan een internationale jury die daaruit 35 – 40 werken selecteert.’

Innovatiemotor

Na deze fase gaat de organisatie in gesprek met de kunstenaars en onderzoekt hoe de werken zijn te realiseren. Schoof: ‘Kunstenaars hebben een sterke visie hoe hun installatie er uiteindelijk uit moet zien en wat het moet overbrengen op of hoe het moet communiceren met de voorbijgangers. Echter ontbreekt bij hen vaak de technische kennis. Daarom zoeken we installateurs of engineeringsbureaus die we koppelen aan de kunstenaars om de projecten om te zetten in realiteit.’ De projecten bezorgen de technici soms behoorlijke uitdagingen, weet Schoof. ‘De werken staan 2,5 maanden buiten en moeten bestand zijn tegen de invloeden van het weer in de koude wintermaanden. Daar moet tijdens het gedetailleerde ontwerp rekening mee worden gehouden. Daarnaast is ieder project nieuw, uniek en allesbehalve alledaags. Bestaande technieken worden daarbij wel vaak ingezet – denk aan het gebruik van halfdoorlatende spiegels, EL wire, Arduino, Rasberry Pi’s, CFC freezen, lasersnijden en DMX-controllers – maar vaak op zo’n manier zoals dit nog nooit voorheen is gebeurd.’ Van der Heide vult aan: De technici worden uit hun comfortzone gehaald en zijn verplicht om met de kunstenaar mee te denken om de projecten te kunnen realiseren. En juist door deze samenwerking ontstaan ideeën die in de industrie veel meer tijd zouden kosten om ze te ontwikkelen en te realiseren. Het lichtfestival kan daarom ook worden gezien als een innovatiemotor voor de lichtindustrie.’

Hedendaags

Een voorbeeld van een kunstwerk dat in de vorige editie die in januari 2015 afliep, werd gerealiseerd is het werk Light Bridge van Frank Tjepkema. ‘Om aansluiting te zoeken met het thema (A Bright City, red.) zocht ik naar wat typisch is voor Amsterdam’, vertelt de ontwerper. ‘De 1.200 bruggen met de archetypische lampjes zijn heel kenmerkend en al honderd jaar of langer niet meer veranderd. Daar wilde ik graag een upgrade aan geven door het lampje te plaatsen in het hier en nu, gekoppeld aan hedendaagse aspecten als interactiviteit, dynamiek, kleur en dergelijke’. Het resultaat: de Light Bridge; een golvende brug, geplaatst voor een bestaande brug in Amsterdam, voorzien van 1.200 ledlampen die in verschillende patronen reageren op het weg- en waterverkeer.  

Berekenen

Er was een aantal uitdagingen om het project te realiseren, vertelt de ontwerper: ‘De schaal is een eerste aspect. Het werk zou vóór een brug komen te hangen, zodat het goed vanaf zowel het water als vanaf de straatkant is te bekijken. Het moest daarom qua grootte goed in de ruimtelijke omgeving passen. Door met photoshop en 3D-modellen te werken kwamen we uit op een object met een lengte van 26 meter en een hoogte van 5 meter. Tijdens de productie leek dit echter veel te groot, maar in de ruimtelijke omgeving klopten de afmetingen perfect.’ De omvang maakte het uittekenen en bouwen niet eenvoudig, vervolgt Tjepkema. ‘De 3D-modellen die we hadden gemaakt, moesten we weer omzetten naar 2D om alle delen uit staal te kunnen snijden. Daarbij moesten we rekening houden met de afstand tussen de lampjes, aangezien niet ieder lampje op eenzelfde afstand staat ten opzichte van het volgende lampje. Deze berekeningen waren niet eenvoudig, maar uiteindelijk is het gelukt om alles op de juiste manier te snijden.’ De lampjes – een standaard lampje van 6 cm wat lijkt op de authentieke lampjes van de bruggen – konden in honderd rijtjes van 12 worden geplaatst. Omdat de afstand tussen de lampjes ongelijk was, werd gekozen voor de langste bekabeling tussen de lichtbronnen. ‘Dat leek ons in eerste instantie het handigst.’

Aanpassingen

Als iemand over de brug liep, fietste of reed, werd dit via een sensor waargenomen en startte een lichtanimatie in een golfbeweging. Hetzelfde gebeurde wanneer een boot onder de brug door voer. De lichtpatronen, afgeleid van waterbewegingen, hielden rekening met het water, de glinsteringen en de reflectie. ‘We hebben gekozen voor verschillende lichtanimaties: twee voor het wegverkeer, één voor het bootverkeer en drie ‘sleepmodes’.’ Er werd daarbij gekozen voor aansturing met een DMX-controller, een algemeen bekende manier van controleren van licht bij evenementen en theaters. ‘Doordat er veel bootverkeer is in Amsterdam, moet je slim omgaan met de programmering en een aantal condities bepalen’, geeft Tjepkema aan. ‘We hebben het systeem uiteindelijk zo ingericht dat het na de weergave van een bepaald golfpatroon altijd eerst naar een sleepmode terug moet keren vooraleer het opnieuw op boten of straatverkeer kan reageren. Met de matrix kon je heel nauwkeurig aangeven wat het protocol was om te komen tot een gebalanceerde animatie met 250 kleurvariaties en 250 intensiteiten.’
Tijdens de testfase was er wel nog een issue met de lengte van een aantal kabels, geeft Tjepkema aan. De lengte van de bekabeling had invloed op de sterkte van de aansturingen. Er moest daarom worden ingegrepen zodat de kabels tussen de aansturing en het sculptuur overal dezelfde lengte hadden aangezien kleine variaties konden resulteren in bugs. Dat was nog wel een technische uitdaging, maar ook dat is op een goede manier opgelost. Het eindresultaat zag er prachtig uit en functioneerde goed’, aldus een tevreden ontwerper.

 Ghost Ship

In het water, tussen het Scheepvaartmuseum en het architectuurcentrum Arcam lag in de editie 2014-2015 het werk Ghost Ship,  een projectie van het zeventiende eeuwse spookschip ‘De Vliegende Hollander.’  Het werk van het architectenbureau VisualSKIN uit Roemenië bracht door middel van projecties – zoals in een oud videogame – met licht en waterstralen een soort hologram van het schip tot leven. Vanuit vier buizen die kruislings tegenover elkaar stonden, werden waterstralen de lucht in gespoten waarop het schip werd geprojecteerd. Doordat deze stralen onderhevig zijn aan wind, kwam het spookachtige effect juist tot leven. Van der Heide over het project: ‘Dat team heeft ontzettend goed begrepen hoe licht zich precies gedraagt. Ze hebben zich daarbij, samen met de technici van het festival, minutieus voorbereidt en alles onderzocht, uitgetekend en beredeneerd, alsof ze voor honderd jaar iets neer moesten zetten. Dit soort commitment en hun betrokkenheid hebben we heel erg gewaardeerd.’

Installatiefeiten

Festival 2014-2015

 

 

 

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels