artikel

‘Lekke’ portiekflats naar nul op de meter

installatiebranche

‘Lekke’ portiekwoningen uit de jaren zestig in de Groningse wijk Paddepoel worden de komende maanden energetisch weer helemaal up-to-date gemaakt. De gevel krijgt een nieuw jasje, of zoals opdrachtgever woningcorporatie Lefier het noemt: een theemuts. En dankzij een individuele lucht/waterwarmtepomp, een wtw-installatie en ‘eigen’ zonnepanelen zijn deze portiekflats binnen vijf maanden ‘nul op de meter’ op jaarbasis.

‘Lekke’ portiekflats naar nul op de meter

 

Tekst Harmen Weijer

 

In het landelijke programma De Stroomversnelling worden de komende jaren 11.000 huurwoningen dusdanig gerenoveerd dat de bewoners ervan de komende jaren een energienota hebben van nul euro. In de Groningse wijk Paddepoel is woningcorporatie Lefier, als één van de zes deelnemende corporaties, aan de slag gegaan met in eerste instantie twee woonblokken van 24 portiekflats elk, dus 48 woningen.

“Binnen de Stroomversnelling is dit het eerste project waarbij portiekflats worden aangepakt”, vertelt projectleider Elly Lehkamp van Lefier. “Voor Lefier is de Stroomversnelling heel belangrijk, omdat we op deze manier zorgen voor duurzame en comfortabele woningen, terwijl de woonlasten voor huurders gelijk blijven. Dat betekent dat innovaties als ‘nul op de meter’ voor ons van groot belang zijn. We willen naast deze renovaties ook nieuwbouw doen met nul op de meter.”

Voor het Groningse project zijn Dura Vermeer en Klein Poelhuis Installatietechniek de twee partners van Lefier. “In de Stroomversnelling doen wij meerdere projecten samen en daarom zijn Dura Vermeer en KPH een projectoverstijgende samenwerking aangegaan”, zegt Hendrik Bosma, projectleider bij Dura Vermeer Onderhoud en Renovatie.

 

Drie testwoningen

Zij hebben vorig jaar in het eerste blok aan de Voermanstraat drie testwoningen gerealiseerd. Bosma: “Allereerst hebben we een compleet nieuwe gevel gerealiseerd. Het gaat om een voor-, dak- en achtergevel. Kortom: eigenlijk een soort van ‘theemuts’ eroverheen, die voor een veel hogere isolatiewaarde zorgt; de RC-waarde is gemiddeld 7. Omdat we hier te maken hebben met drie lagen op elkaar hebben we voor SIPS-elementen gekozen. Dat zijn dakplaten die ook als gevelelement kunnen worden gebruikt en die voor een stabiele constructie zorgen.”

Deze nieuwe gevelelementen zijn geheel voorzien van kunststof kozijnen en minerale steenstrips. De vernieuwingen moesten worden aangebracht op de fundatiebalken, de nieuwe gevels konden niet aan de oude gevel worden toegevoegd. Om het gewicht van die extra gevel te kunnen dragen, zijn er nieuwe funderingsbalken rondom het hele complex van de Voermanstraat aangelegd.

De drie testwoningen zijn uitgevoerd met een hybride verwarmingssysteem, waarbij er nog sprake was van het behoud van een gasaansluiting. Zij zullen de enige in het blok zijn met nog deze mogelijkheid, want inmiddels zijn de normen aangepast om huurders een zogeheten energieprestatievergoeding (epv) te kunnen vragen. “De epv is alleen mogelijk te innen bij renovaties die all electric worden uitgevoerd, en niet in de hybride variant.”

Het zette tevens het bedachte concept in Groningen op zijn kop, want omdat de gasaansluiting uit alle woningen wordt gehaald, is een warmtepomp nodig, vertelt Maurice Duenk van Klein Poelhuis. In het project is gekozen voor een individuele warmtepomp, die op de plek van de oude cv-ketel wordt geïnstalleerd.

Duenk: “Dat is samen met het buffervat wel een iets grotere installatie dan de hr-ketel die de bewoner gewend was op deze plaats. De keuken zelf is ook iets groter gemaakt door het kleine balkon naar binnen te trekken.” Voor de verwarming worden in de woonkamer en drie slaapkamers gebruik gemaakt van de bestaande radiatoren. “In combinatie met de stevige isolatie en luchtdichtheid, en balansventilatie met wtw is het ondanks de lagere watertemperatuur van de warmtepomp ten opzichte van hr-ketel goed te verwarmen.”

 

Compacte plek voor wtw

Voor de wtw-unit is een speciale, compacte plek gevonden. Omdat de flats niet al te groot zijn, was het zaak dat de bewoners hun aanwezige kastruimte niet kwijtraken aan nieuwe installaties, zo beseft Duenk zich terdege. “Toen we hier voor het eerst kwamen zag ik de voorraadkast in de hal als je binnenkomt, en ik dacht: dat is een mooie technische ruimte. Maar goed, dat kunnen wij wel vinden, echter: dit is het huis van de huurder. Die moet van deze veranderingen zo min mogelijk merken.

Daarom hebben we in de hal een verlaagd plafond gebouwd, en daarin kon – met flink passen en meten – de wtw-unit. Dat is inclusief aan- en afvoerkanalen; aanvoer van buiten gaat via een van de slaapkamers, afvoer gaat langs de badkamer aan de voorkant. En de verblijfsruimten kunnen allemaal vanuit het verlaagde plafond in de hal worden geventileerd.”

Dat betekende dat er gezocht moest worden naar een compacte, horizontale wtw-unit. Om bestaande woningen zo slim mogelijk te kunnen verduurzamen wordt veel gebruikt gemaakt van WHR 930 van Zehnder, weet Duenk. “Maar dat is een staande unit die wordt opgehangen. Daar is in deze kleine flats van maximaal 70 m geen ruimte voor. Wij zijn daarom voor de Zehnder WHR 920 gegaan, die horizontaal net tussen het oude en het verlaagde plafond past.” De luchtcapaciteit van deze wtw-unit is 210 m³ per uur bij 200 Pa.

Het is overigens niet te zeggen of in de andere blokken die nog worden aangepakt, de situatie hetzelfde is, stelt Duenk. “Het is per blok verschillend wat er mogelijk is; zelfs per portiekwoning, want de bovenste verdieping van elke portiek heeft een vlizotrap naar de zolder. Om deze te kunnen blijven gebruiken moeten we wel hier wel met de kanalen omheen, maar ook hebben we rekening te houden met andere leidingen zoals voor de verlichting. Dat hebben we opgelost door in alle woningen de unit zoveel dicht mogelijk bij de voordeur te hangen.”

 

Eigen pv-panelen op flat

Om nul op de meter te kunnen gaan, is duurzaam opwekken van stroom een must, en daarom wordt het dak van ‘de theemuts’ uitgevoerd met geïntegreerde zonnepanelen. “In totaal gaat het om ruim 1000 pv-panelen voor de eerste twee blokken”, vertelt Bosma. “Met de op dit moment gebruikelijke vermogens per paneel van 255/260 Wp zouden we het niet redden om drie woonlagen van voldoende duurzame energie te voorzien. Daarom hebben we gekozen voor hoogwaardige pv-panelen van 316 Wp.”

Per huishouden komt dat neer op 24 panelen, met een jaaropbrengst van circa 6.800 kWh, waarmee zowel de warmtepomp als het eigen stroomverbruik van de bewoner mee gedekt moet worden. “Boven in de hal van ieder portiek – er zijn vier portieken per blok – worden de zes SMA-omvormers opgehangen. Met een eigen leiding wordt deze achter de meter van ieder huis gebracht. Dus elke bewoner heeft zijn eigen zonnepanelen op het dak liggen”, aldus Duenk van Klein Poelhuis.

Bosma kijkt in dit kader wel even verder dan alleen de technische voorzieningen in deze twee blokken. “Deze ruim 1.000 zonnepanelen zorgen er nu al voor dat er een extra noodvoorziening voor het stroomnetwerk van Enexis nodig is. Straks gaan we hier nog meer blokken van zonnepanelen voorzien en is een extra trafostation in deze buurt nodig. Als we alle portiekwoningen in Nederland zo gaan renoveren in navolging van de projecten in de Stroomversnelling, dan kan het niet anders dan dat we voor lokale energieopslag moeten kiezen.

Welke vorm is nu nog niet duidelijk. Weliswaar zijn accu’s nu nog duur, maar worden snel goedkoper. En dat is ook de reden dat wij graag onze hybride variant hadden ingezet. We hebben immers een wijdvertakt, goed onderhouden gasnet in Nederland en die zou als buffer kunnen dienen voor te veel opgewekte zonnestroom door middel van Power2Gas. Een ding is wel duidelijk: de oplossing gaat hem zitten in de lokale opslag van duurzaam opgewekte energie.”

 

XL Installatiefeiten

 

Bouwteam

 

Belangrijkste componenten

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels