artikel

“Meer duurzame lokale netten nodig voor ontlasten landelijk stroomnet”

installatiebranche

Bij het steeds meer op het elektriciteitsnet brengen van lokaal duurzaam opgewekte energie is er een revolutie gaande op dat stroomnet. Volgens Leon Straathof, business developer bij Engie Smart Grid Solutions, voorheen Cofely, is een terugkeer naar lokale gekoppelde netten een even logische als noodzakelijke stap om het huidige, centraal geregelde stroomnet te ontlasten.

“Meer duurzame lokale netten nodig voor ontlasten landelijk stroomnet”

Steeds meer eindgebruikers van energie wekken die zelf duurzaam op, zowel zakelijke als particuliere gebruikers. Om die ‘nieuwe’ energie goed te verdelen wordt het elektriciteitsnet slimmer gemaakt. “Bij deze smart grids gaat het allang niet meer over het leggen van dikke verbindingen alleen, maar steeds vaker over het gebruik van nieuwe, slimme technologie”, stelt Leon Straathof. “Het regelbaar maken van het stroomnet voor nieuwe vormen van energieopwekking als wind- en zonne-energie is dé opdracht voor de komende decennia.”

Onafhankelijkheid

Dat begint met de verbindende technologie zoals kabels, transformatoren en tussenstations, maar volgens Straathof wil dat niet betekenen dat we overal in Nederland op zichzelf staande netten creëren. “Ik zie daarvan de noodzaak niet in, maar ik begrijp die behoefte van onafhankelijkheid wel. Als je het kunt doen zonder de grote energie-opwekkers, waarom zou je dan nog centrale netten nodig hebben? Maar als je het wat rationeler bekijkt, ontkom je niet aan het kostenplaatje. Het gaat immers niet alleen over kWh’s die je lokaal duurzaam opwekt en kunt gebruiken. Het gaat ook over hoe het gehele elektriciteitssysteem in balans kan worden gehouden: hoe worden deze kWh’s verdeeld, hoe wordt vraag en aanbod stabiel gehouden, hoe houd je de frequentie en de spanning op orde? Daarvoor blijft het centrale net hard nodig. Ik verwacht niet dat zogeheten eilandnetten dit binnen nu en enkele decennia financieel kunnen realiseren.”

Koppelnetten

Meer kans ziet Straathof in een tussenvorm, terug van weggeweest: koppelnetten. “In vroegere tijden had je per stad of regio eilandnetten, die steeds vaker gekoppeld werden via koppelnetten. Ik voorzie dat we daar deels weer naar teruggaan. Het landelijke stroomnet zorgt voor stabiliteit, en transporteert alleen nog energie tussen de zeer grote opwekkers en afnemers. In lokale netten wordt direct stroom uitgewisseld tussen gebruikers en lokale opwekkers. Tekorten en overschotten worden uitgewisseld via het koppelnet. Daardoor is er minder materiaal en handling nodig dan nu het geval is. Dat is een veel efficiëntere bedrijfsvoering van het elektriciteitsnetwerk.”

Modienet Deventer

Straathof heeft hiermee praktische kennis opgedaan in een van de proeftuinen, die de afgelopen jaren in Nederland zijn opgezet om kennis en ervaring op te doen met smart grids. Hij is ambassadeur van de proeftuin Modienet in Deventer. Modienet is een methodiek voor het verduurzamen van bedrijventerreinen en  is voor het eerst toegepast op het smart grid voor A1 Bedrijvenpark in de Overijsselse stad. “Het eerste deel van dit smart grid is de afgelopen jaren gerealiseerd. Het bijzondere er aan is dat we twee windturbines op dit terrein direct hebben aangesloten op de lokale middenspanningsring. Dat is in principe al niet mogelijk binnen de huidige wetgeving, want een windpark moet rechtstreeks op het hoofdnet worden aangesloten.” Daarnaast zijn de windturbines ook nog eens individueel aangesloten en ook dat is bijzonder, vertelt Straathof. “Een windpark moet je namelijk eerst met elkaar verbinden en op één punt aansluiten op het net. Maar omdat dit een proeftuin is, konden we het hier wel doen.”

Windstroom

De winst is al direct bij de aansluiting op de middenspanningsring: minder lange leidingen. Maar als op het nu nog jonge bedrijventerrein steeds meer bedrijven komen en afnemer worden, zoals binnenkort het nieuwe Van der Valkhotel, komt de windstroom eerst bij deze bedrijven. “Daardoor komt er minder windstroom van deze turbines op het hoofdnet en dat zorgt voor minder belasting en meer stabiliteit van het hoofdnet.” Ook andere vormen van duurzame energie in Modienet kunnen dankzij deze middenspanningsring worden uitgewisseld. “Denk hierbij aan zonne-energie op daken van bedrijven op het bedrijventerrein A1. Maar ook zijn veldopstellingen op braakliggende terreinen mogelijk.”

Koudwatervrees

Van dit soort koppelnetten, waar onderling makkelijker energie wordt uitgewisseld, verwacht Straathof er nog veel meer. “Dat is een logisch gevolg van de bottum-up beweging die nu al plaatsvindt. Er is nog wel koudwatervrees bij de grote stakeholders, zoals netbeheerders, energieproducenten en ministeries en bij allerlei dienstverlenende bedrijven die hier tijd en geld in moeten investeren. We zitten in de fase waar de wet- en regelgeving nog niet goed inspeelt op deze innovatieve trends, maar in mijn ogen is die trend niet te stuiten. Het is ook niet alleen een technische innovatie, want technisch kan het meeste allang, maar het is vooral een sociale innovatie.” Er is veel belangstelling bij gemeenten voor deze soort van energie-uitwisseling, mede vanwege de duurzame doelstellingen die zij hebben. “Er zijn fors veel aanvragen voor meer Modienet-achtige koppelnetten; we zouden er wel vijftig kunnen starten. Maar veel lokale partijen, zoals energiecoöperaties die graag willen, zijn nu nog te klein om genoeg body te kunnen genereren tegen de gevestigde belangen en mechanismes. Dat vraagt nog meer bundeling en professionalisering.”

Drie systemen

Bij smart grids draait het nu nog veelal om energieuitwisseling, maar er zijn meerdere systemen die slimmer kunnen werken. Straathof haalt in dit verband Jeremy Rifkin aan, die drie systemen over elkaar heen legt: het energie-, communicatie- en transportsysteem. “Daar waar ze elkaar overlappen zijn er mogelijkheden. Neem het transportsysteem: de manier hoe daar met congestie wordt omgegaan kan gebruikt worden bij congestiemanagement op het elektriciteitsnetwerk. Immers, als je alle files zou tegengaan door alleen maar wegen bij te bouwen, gaat dat in ons land niet werken. Daar komt communicatie bij kijken met matrixborden: dus slimmer omgaan met datgene wat je al hebt. Communicatie en dus het gebruik van meer ict in het stroomnetwerk zie je ook al toegepast worden op congestiemanagement op het elektriciteitsnetwerk.” Een slimmer energienetwerk is volgens Straathof meer dan alleen een verandering op energiegebied. Hij heeft het dan ook over ‘ruimtelijke energie-ordening’. “Het is bijvoorbeeld slim om grote afnemers dicht in de buurt van een windpark te situeren en vice versa. Maar het kan ook iets heel simpels zijn als het combineren van werkzaamheden in een wijk bij de aanleg of onderhoud van het glasvezelnetwerk met het aanpassen van het energienet.”

 

Puzzelstukjes

Door in een gebied de raakvlakken op te zoeken van die drie systemen, kan het hele gebied integraal worden verbeterd. “Dan kijken we dus niet alleen naar een verbetering van het energienetwerk; meestal is dat niet eens de eerste vraag van een stadsbestuur. Vaak is leefbaarheid of veiligheid de drijfveer, maar wij stellen dat de drie systemen – energie, communicatie en transport – kunnen helpen om die puzzelstukjes in elkaar te leggen. Dan vormt het smart grid een onderdeel van een revitalisering van de wijk. Zo kunnen we dat doen in gebieden waar we bijvoorbeeld de warmte al regelen voor de gebouwen. Vaak kan er veel meer in de ‘ruimtelijke energieordening’ in zo’n gebied. Door het integraal op te pakken zijn efficiencyvoordelen te boeken. Dan gaan we er naar toe dat partijen zoals Engie samenwerken maken met gemeenten, inwoners, lokale bedrijven en andere dienstenleveranciers voor het realiseren van een gegarandeerd percentage CO-reductie in een gebied”, besluit Straathof.

Dit artikel is gepubliceerd in vakblad installatie Journaal.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels