artikel

Circulaire verlichting: het mes snijdt aan twee kanten

verlichting

Meerdere business modellen kunnen een circulaire economie bevorderen. Zoals producten als dienst aanbieden. Klanten sluiten dan een contract af waarin ze betalen voor het gebruik. Ook met verlichting is dit mogelijk.

Circulaire verlichting: het mes snijdt aan twee kanten

Door Evi Husson

De overheid startte in september 2016 met het Rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Dit om af te kunnen stappen van een wegwerpmaatschappij. Het doel is producten zodanig efficiënt te ontwerpen dat materialen kunnen worden hergebruikt met zo min mogelijk waardeverlies en zonder schadelijke emissies voor het milieu. In een circulaire economie wordt daarbij waarde gecreëerd op basis van gebruik in plaats van verbruik.

Meerdere circulaire businessmodellen

Er zijn meerdere business modellen die een circulaire economie kunnen bevorderen. Wanneer met schaarse grondstoffen wordt gewerkt, kan worden gekeken of deze zijn te vervangen door volledig hernieuwbare, biologisch afbreekbare of recyclebare grondstoffen.

Refurbishen

Andere mogelijkheden zijn afval verwerken tot nieuwe grondstoffen, producten die aan het einde van hun levenscyclus zijn refurbishen zodat ze een tweede leven krijgen of producten met anderen delen, zodat ze maximaal worden benut.

Pay for use

Nog een mogelijkheid is om producten als dienst aan te bieden. Klanten gaan niet over tot aankoop van de producten die ze gebruiken en worden bijgevolg geen eigenaar. Ze sluiten daarentegen een contract af waarin ze betalen voor het gebruik – pay for use. Ook met verlichting is dit mogelijk.

Licht als dienst

De fabrikant blijft eigenaar van de verlichting die wordt geïnstalleerd en stelt een contract op met de lichtafnemer die betaalt voor een bepaalde kwaliteit en hoeveelheid licht. Installateurs kunnen in opdracht van de fabrikant de armaturen plaatsen bij de afnemer en met de fabrikant langetermijncontracten afsluiten voor het onderhoud.

Dit businessmodel biedt een aantal voordelen. De fabrikant maar ook de installateur is door de lange termijncontracten verzekerd van een vrij stabiele inkomstenstroom voor een langere periode. De fabrikant krijgt informatie over de kwaliteit en het functioneren van de verlichting zodat hij dit in het ontwerp van nieuwe lichtbronnen kan meenemen. Voor de lichtafnemer is het concept eveneens aantrekkelijk aangezien hij geen grote investering hoeft te doen in armaturen. Hij betaalt in veel gevallen alleen voor de installatie en het aantal lumen dat hij verbruikt en hoeft zich geen zorgen te maken over de levensduur, garanties en kwaliteit. Wanneer een armatuur defect is, wordt voor vervanging gezorgd.

Duurzaamheid

Dit businessmodel zorgt op meerdere manieren voor een positief effect op duurzaamheid.  Aangezien contracten in dergelijke constructies vaak zijn opgesteld waarbij de afnemer voor het verbruik betaalt, is dit voor de afnemer meteen ook een incentive om zo zuinig en slim mogelijk om te springen met licht, waardoor dit doorgaans automatisch leidt tot energiebesparing. Daarbovenop wordt voor de buitenwereld ook zichtbaar dat de afnemer investeert in duurzaamheid, wat zijn imago ten goede komt.

Fabrikant blijft eigenaar

De fabrikant blijft eigenaar van de armaturen. Hij heeft er dus baat bij kwalitatieve en zo onderhoudsarm mogelijke armaturen te ontwerpen. Fabrikanten zullen bij het ontwerp daarom ook rekening houden met dit businessconcept en het feit dat na het leasecontract de armaturen weer in de fabriek zullen terechtkomen. Er worden minder armaturen weggegooid.

In de praktijk

De laatste tijd duiken er steeds meer voorbeelden op van bedrijven die licht afnemen als dienst – light-as-a-service. Rode draad bij deze projecten is een langdurige samenwerking. Een aantal voorbeelden.

Industriesite Chemelot

De Limburgse industriesite Chemelot heeft gekozen voor Light-as-a-service en zal voor de zomer van 2018 in 22 fabrieken op de site in totaal ongeveer 17.000 lampen hebben hangen waarvoor alleen voor het licht wordt betaald. Ongeveer drie jaar geleden ontstond het idee om licht als een service op de industriesite op te zetten. Er werd onderzocht aan welke voorwaarden de armaturen maar ook het leaseconcept zouden moeten voldoen om dit project te kunnen realiseren.
De designrichtlijn was een slimme lamp en armatuur ontwerpen die in een industriële (chemische) omgeving kan worden geplaatst en een levensduur heeft van minstens 25 jaar, zonder lumenverlies aan het einde van de leaseperiode. Jaap Feddes, CEO van Professional & Sustainable Performance Lighting, een van de initiatiefnemers van het project, hierover: “Om een operational lease van vijftien jaar aan te kunnen bieden, moet het lichtconcept 25 jaar mee kunnen gaan omdat je juridisch niet meer dan 75 procent van de verwachte levensduur mag contracteren.”

Armaturen met sensoren

De armaturen zijn volledig gesloten en voorzien van sensoren die een onderscheid kunnen maken tussen het reflecterende licht van andere lampen, het buitenlicht en de vervuiling van het omhulsel van de armatuur zelf, zodat op elk moment het verwachte licht overeenkomt met het daadwerkelijke licht.

Slim monitoren

Richard Schouten, business unit directeur bij Sitech Services over de positieve effecten: “Door een slimme monitoring en rapportage weet de plantmanager welke fabriek en zelfs welke ploeg hoeveel licht verbruikt. Hij kan bepalen waar er ‘s nachts licht echt noodzakelijk is en op die manier kan hij meer dan tachtig procent aan energie besparen. Het feit dat we werken met een leaseconcept waarbij bedrijven niet de investering van armaturen wordt aangerekend, maar het aantal lumen dat ze effectief verbruiken, geeft plantmanagers een incentive om zo zuinig mogelijk om te springen met het licht.”

The Green House in Utrecht

The Green House in Utrecht is een circulair horecaconcept waar Trilux als één van de pay for use partners verantwoordelijk is voor de functie licht. Het Duitse familiebedrijf, gespecialiseerd in de productie van professionele verlichting zal vijftien jaar lang licht leveren en de verantwoordelijkheid voor het licht op zich nemen. Na vijftien jaar verdwijnt het horecaconcept en zal de verlichting een nieuwe bestemming krijgen.

Willem Dammers, managing director van Trilux Benelux hierover: “Er wordt heel veel gesproken over duurzaamheid en circulaire economie, maar écht iets doen gebeurt nog nauwelijks. Wat wij gaan doen, is producten toepassen die maximaal recyclebaar zijn. We gaan de producten die we gebruiken tijdens het partnership refurbishen, upgraden en weer terugbrengen in het gebouw. Dat is voor ons ook nieuw, maar het partnership biedt alle pay for use partners de kans om het écht in praktijk te brengen.
Omdat wij ons als pay for use partner verbinden aan het project, voelen wij ook de noodzaak om de installatie gedurende de looptijd van de samenwerking optimaal te laten presteren. Om het nóg energie-efficiënter te laten functioneren, of door functionaliteiten toe te voegen waarop wij samen met de eindgebruiker weer nieuwe businessmodellen kunnen creëren.”

Schiphol

Ook op Schiphol wordt al enige tijd Light-as-a-service toegepast. Bij de verbouwing van Lounge 2 zag Schiphol kans om te starten met circulaire verlichting samen met Philips Lighting. Er is gekozen voor duurzame verlichting die modulair is opgebouwd en compleet is te repareren. Na de contractperiode kan Schiphol het contract verlengen met de bestaande verlichting of voor nieuwe verlichting kiezen. In dit laatste geval gaan de armaturen terug naar de fabriek en zullen de materialen en componenten worden hergebruikt of gerecycled.
De armaturen zijn geïnstalleerd door Engie, die de technische dienstverlening aan de gebouwgebonden installaties en de energieopwekking op de luchthaven verzorgt. Met Engie is een onderhoudsovereenkomst van vijf jaar afgesloten voor onderhoud van de verlichting, met mogelijke verlenging van nogmaals vijf jaar. De lichtprestaties worden gemeten aan de hand van KPI’s zodat op ieder moment de gewenste lichtintensiteit is gegarandeerd. De armaturen zijn daarbij gekoppeld aan een besturingssysteem waardoor eventuele storingen direct worden gesignaleerd.

Stappenplan

Deze voorbeelden geven aan dat het perfect mogelijk is om verlichting circulair te maken. Circulariteit hoeft zich echter niet tot verlichting te beperken. Ieder productie- of installatiebedrijf kan voor zichzelf de balans opmaken of hij mogelijkheden ziet om deels of geheel circulair te worden. Maar waar te beginnen? Philips Lighting heeft door zijn ervaring met circulaire verlichting het stappenplan ‘In 7 stappen naar een circulair bedrijf’ opgesteld om bedrijven op weg te helpen. Zo is het volgens Philips belangrijk om als bedrijf eenvoudigweg te beginnen. Ideeën hoeven nog niet volledig helder te zijn en kunnen in iedere laag van het bedrijf ontstaan.

Impact bedrijfsvoering

Belangrijk is wel dat de top van de organisatie beseft dat circulaire economie een sterke impact kan hebben op de bedrijfsvoering. Circulariteit mag echter geen doel op zich zijn, maar moet een probleem binnen het bedrijf oplossen. Vaak helpt het om juist de samenwerking met vooruitstrevende klanten op te zoeken die kunnen inspireren en motiveren. Door samen ideeën te bundelen krijgt circulariteit meer vorm.

Samenwerking

Omdat een circulair businessmodel veel impact heeft op alle lagen of afdelingen van de organisatie, is het aan te bevelen om meerdere mensen te betrekken bij de ontwikkeling van een circulair business model. Philips geeft aan dat het bij het ontwikkelen en uitrollen van Circular Lighting heeft gewerkt met vier thema’s: nieuwe businessmodellen, design, reverse logistics en samenwerking. Circulaire bedrijfsvoering betekent met andere woorden dat er nieuwe businessmodellen zullen ontstaan en dat ook het design van producten moet worden heroverwogen. Een product moet aan het einde van het gebruik bij een klant nog enige waarde hebben om het te kunnen hergebruiken, recyclen et cetera. Hoe modulair, toekomstbestendig, onderhoudsarm, herbruikbaar of recyclebaar een product is, is een belangrijke overweging in het stappenplan, stelt Philips. Tot slot geeft het concern aan dat er moet worden nagedacht over reverse logistics. Het is aan te bevelen dat er een plan klaarligt voor het terughalen en verwerken van producten na de leaseperiode.

Circulair businessplan opstellen

Bij het opstellen van een circulair businessplan zullen bedrijven snel beseffen dat ze dit niet alleen voor elkaar zullen krijgen. Samenwerkingspartners met eenzelfde vooruitstrevende visie, financiële partners, transportbedrijven met ervaring  in reverse logistics en afvalverwerkers zijn een aantal partners waarmee de samenwerking kan worden opgezocht om het plan naar een hoger niveau te tillen.

Reverse Logistics

Philips Lighting zal volgens de whitepaper Reverse Logistics voor haar Circular Lighting-concept de armaturen die na de leaseperiode terugkomen, zelf aanpassen, upgraden of verwerken afhankelijk van de status van de armaturen.

Hiervoor ontwikkelde het concern vier scenario’s: 1) service, 2) renovatie, 3) onderdelen terugwinnen en 4) recycling. Afhankelijk van de materiaalrestwaarde (MRV) en de productrestwaarde (PRV) zal een bepaald scenario de voorkeur hebben. Met materiaalrestwaarde wordt de waarde bedoeld van de afzonderlijke materialen in de armaturen na de gebruiksperiode. De productrestwaarde staat gelijk aan de waarde die overblijft nadat er een defect is geconstateerd aan een product.

Als de materiaalrestwaarde onveranderd is en de productrestwaarde kan worden verhoogd, dan is Service volgens Philips het aangewezen scenario om te volgen. Door vervanging van een kabel in een armatuur, een inspectie en/of schoonmaakbeurt kan de armatuur weer volledig dienst doen. Blijft de materiaalrestwaarde onveranderd, maar kan de productwaarde worden verhoogd door vervanging of toevoeging van een onderdeel, dan wordt gekozen voor renovatie. Service is in dit geval niet voldoende.

In een derde scenario blijft de materiaalrestwaarde onveranderd, maar kan de productwaarde na gebruik niet meer worden verhoogd. In deze situatie is het terugwinnen van de materialen en onderdelen de beste optie. Philips laat defecte armaturen in dit geval terugkomen naar de fabriek en specialisten zullen nagaan wat kan worden teruggewonnen en wat kan worden gerepareerd. Wat daarna nog overblijft gaat naar een recyclingpartner.

In een vierde scenario is de materiaalrestwaarde onveranderd en kan de productrestwaarde niet worden verhoogd. Er kunnen geen materialen worden teruggewonnen waardoor de armaturen worden verwerkt door een recyclingbedrijf. In het allerslechtste geval is de materiaalrestwaarde veranderd en kan de productrestwaarde evenmin worden verhoogd. In deze situatie zal het product moeten worden weggegooid. Dit komt echter zelden voor, denk aan situaties als brand of waterschade waardoor niets meer kan worden hergebruikt.

Het begint met een slim idee

Wie circulair wil worden, heeft baat bij een goed ingerichte en optimaal functionerende reverse logistics. Toch begint circulaire bedrijfsvoering bij een slim idee en ontwerp gevolgd door een goede samenwerking met de juiste partners.

Reageer op dit artikel