Functiebehoud ontruimingsinstallaties: de ringleiding

Het is alweer even geleden: op 1 mei 2018 was de herziene NPR 2576:2018 over functiebehoud bij brand klaar. Verschillende vaktijdschriften en -platforms besteedden aandacht aan de veranderde regelgeving voor ontruimings- en brandmeldinstallaties. Sjaak Taal, portfolio manager Fire Safety bij Siemens, en lid van de normcommissie van NEN, vertelt meer over de ringleiding.
Delen:

In de NPR 2576 staat dat je voor functiebehoud kunt zorgen door een ontruimingsinstallatie in een ringleiding aan te leggen. “Een misverstand is dat een ringleiding te snel als oplossing wordt gezien, maar vergeten wordt dat samenvallende delen toch extra aandacht nodig hebben”, zegt Sjaak Taal.

De kracht van de ringleiding

“De kracht van de ringleiding zit ‘m in het feit dat de regelgeving ervan uit gaat dat er (aanvankelijk) brand is op één punt, zodat de kabel dus maar op één punt doorbrandt. Omdat het een ring is, wordt die gevoed aan twee kanten. Gaat er dus ergens iets stuk, dan komt er nog steeds voeding tot aan de breuk en zodoende blijft het systeem verder werken.”

Isolatoren plaatsen

In een ideale wereld leg je de hele ring aan zonder overlap

“Technisch gezien zijn er wat aandachtspunten: je moet in zo’n ringleiding op verschillende plekken isolatoren plaatsen. Een eventuele kortsluiting wordt dan geïsoleerd, wat betekent dat de signaalgevers of speakers blijven functioneren. Het ingewikkelde bij een ringleiding is dat je in de praktijk toch vaak stukken kabel hebt waarbij je via dezelfde weg heen en terug moet. Bijvoorbeeld door een schacht om weer op een bepaalde verdieping uit te komen. De retourkabel gaat dan dus door hetzelfde compartiment. Ontstaat er toevallig precies daar een brand, dan branden beide kabels weg en dan valt de voeding voor een bepaald deel van de ringleiding in z’n geheel weg. In een ideale wereld leg je de hele ring aan zonder overlap, maar meestal is er maar één weg. Dan is het zaak om een van de twee kabels in dat compartiment in functiebehoud uit te voeren. Ontstaat er dan brand, dan blijft dat deel intact en zal de rest van de ringleiding van stroom voorzien.”

Een isolator per ruimte

Je moet het voor de zekerheid altijd even checken

Taal: “Nog een misverstand bij de aanleg van een ringleiding is dat zowel aan het begin van een brandcompartiment als aan het eind een isolator moet worden geplaatst. Dat is niet goed; er dient per ruimte een isolator te worden opgenomen. Bij type B zijn alle componenten in de lus, zoals rookmelders, signaalgevers et cetera,  automatisch al voorzien van isolatoren door de fabrikant. Je kunt ervan uit gaat dat dat zo is, hoewel je het voor de zekerheid altijd even moet checken. Voor type A (speakers) is dat een ander verhaal. Die zijn niet standaard uitgerust met een isolator, omdat zo’n speaker in eerste instantie een andere functie heeft, namelijk om muziek of mededelingen richting de mensen in een winkel/hotellobby te zenden. In een type A systeem moet je als installateur dus zelf de isolatoren plaatsen. Dat kan door gewoon op elke speaker een isolator te zetten, maar dat is een prijzig verhaal. De norm biedt daar houvast en zegt: het is acceptabel dat er in één ruimte uitval is. Heb je een grote ruimte met zes speakers, dan is het genoeg om twee isolatoren aan te brengen, namelijk waar de ring de ruimte ingaat en waar de ring er weer uitkomt.
Daar zit een gedachtenkronkel. Neem een gang met kantoorruimten. De werknemers in de kantoren moeten met 65 decibel op iedere werkplek gewaarschuwd kunnen worden. Daarvoor moet je dus iedere ruimte in en weer uit met de kabel en breng je de kabel steeds terug naar de gang. Ontstaat er dan brand in de gang, dan vallen de signaalgevers of speakers in alle aangesloten ruimtes uit, in plaats van de toegestane één. Eigenlijk hadden in zo’n situatie dus alle kabels in functiebehoud moeten worden uitgevoerd, maar de norm is aangepast.”

Norm wordt niet altijd juist uitgevoerd

De redenering is: je mag een oplossing voor functiebehoud maken door een ringleiding aan te leggen. “Maar vervolgens,” zegt Taal, ‘wordt niet meer nagegaan hoe het systeem in elkaar zit. Het is niet een gegeven dat een ringleiding volstaat, eigenlijk net als bij een sprinklerinstallatie. Er zijn voorwaarden, er is de praktijk, het is altijd een kwestie van heel goed nagaan hoe de situatie daadwerkelijk is. De norm is wel goed voorgeschreven, maar wordt niet altijd juist uitgevoerd. Volg je deze norm op de letter, dan had je in de situatie met de gang voor iedere ruimte functiebehoud kabels moeten aanleggen. We hebben als commissie gecheckt wat het risico in bovenstaande situatie is. Omdat de kabels van een ringleiding vrijwel altijd boven een systeemplafond worden gelegd, kun je er vanuit gaan dat ze niet direct wegsmelten. Het is een aanvaardbaar risico dat die kabel geen functiebehoud heeft. Daarom hebben we de norm NEN 2575-2 en NEN 2575-3 ieder uitgebreid met een aanpassing (resp. A1 en A2) en van voorbeeldfiguren voorzien om aan te geven hoe een en ander kan worden uitgevoerd.”

Sjaak Taal vertelt meer over functiebehoud bij ontruimingsinstallaties in de artikelen: