De rol van de installatie- en de werkverantwoordelijke

Voor de veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties zijn de installatie- en werkverantwoordelijken zeer belangrijk.
Foto NFP Photography

In de Arbowet staan de algemene eisen beschreven die nader zijn uitgewerkt in het Arbobesluit. In het Arbobesluit bep. 3.4 en 3.5 zijn de eisen beschreven waaraan elektrische installaties en -arbeidsmiddelen moeten voldoen. In de Arbocatalogus zijn deze per branche verder uitgewerkt. Op www.Arbotechniek is de Arbocatalogus te lezen. Deze is goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie. In de Arbocatalogus is NEN 3140+A3 het uitgangspunt voor de veilige bedrijfsvoeding van elektrische installaties. De installatie- en werkverantwoordelijken hebben hierin een belangrijke rol.

Aanwijzingen

Waar de Arbowet van kracht is, mogen werkzaamheden waarbij sprake kan zijn van een elektriciteitsgevaar alleen worden verricht door bevoegde – competente – en geïnstrueerde medewerkers. Dat is de wettelijke eis uit het Arbobesluit 3.5. Waartoe een medewerker is bevoegd moet worden bepaald door of namens de werkgever en schriftelijk worden vastgelegd. NEN 3140 noemt dit een aanwijzing.

Vier titels

Er zijn vier titels van aanwijzingen: installatieverantwoordelijke (IV), werkverantwoordelijke (WV), vakbekwaam persoon (VP) en voldoende onderrichte persoon (VOP). Uit de tekst op de aanwijzing moet blijken voor welke werkzaamheden, in welke omgeving, aan welke elektrotechnische installaties de betreffende medewerker wordt bevoegd. De installatie- en de werkverantwoordelijken zijn de spil in de veiligheidscultuur bij een onderneming.

De installatieverantwoordelijke is namens de werkgever de direct verantwoordelijke voor het beheer van elektrische installaties en/ of elektrische arbeidsmiddelen zoals beschreven op zijn aanwijzing. De werkverantwoordelijke is namens de werkgever de direct verantwoordelijke voor het veilig verloop van werkzaamheden op de werkplek. De IV en WV zijn ervaren elektrotechnische deskundige personen van ten minste middelbaar elektrotechnisch niveau. Leidinggeven, organiseren en toezicht houden behoren tot hun werk. IV en WV zijn de spil in de veiligheidscultuur bij een onderneming.

Installatieverantwoordelijke (IV)

Elke elektrische installatie en elk elektrisch arbeidsmiddel moet onder de verantwoordelijkheid vallen van een installatieverantwoordelijke (NEN 3140 4.3). De IV draagt de verantwoordelijkheid om:

  • het materieel aantoonbaar veilig te houden;
  • een inspectiebeleid op te zetten;
  • inspecties te laten verrichten en resultaten te beoordelen;
  • een toegangsbeleid op te zetten voor ruimten met een elektriciteitsgevaar;
  • te beoordelen of installatiedelen kunnen worden veiliggesteld voor werkzaamheden;
  • toestemming te geven voordat er werkzaamheden worden verricht;
  • plannen goed te keuren voorafgaand aan werkzaamheden;
  • te beoordelen of een installatie voldoet bij wijzigingen van het gebruik of omstandigheden.

Als er (nog) geen IV is aangewezen, dan blijft de verantwoordelijkheid liggen bij de eigenaar van het elektrisch materieel. Een eigenaar (werkgever) kan het IV-schap ook beleggen bij een elektrotechnisch deskundig persoon van een andere onderneming. Bijvoorbeeld een huisinstallateur. Wel moet dan bij die onderneming vastliggen wie van de medewerkers de IV is.

Binnen één onderneming kunnen meerdere installatieverantwoordelijken zijn aangewezen. Op een aanwijzing IV moet dan wel duidelijk zijn afgebakend voor welke elektrische installatie(s) en/of -arbeidsmiddelen een IV de verantwoordelijkheid draagt; ieder voor een deel van het elektrisch materieel. Bijvoorbeeld:


Elke IV’er moet ook bevoegdheden krijgen. Zo kan de IV’er bepalen dat installaties buiten werking worden gesteld, terwijl een productieleider wellicht een andere belang heeft. Hij is de ‘papa van de hardware’. In de praktijk zal goed overleg tussen de betrokken problemen voorkomen. Een IV’er moet daarbij wel ‘stevig in zijn schoenen’ staan.

Werkverantwoordelijke (WV)

De werkverantwoordelijke is de persoon die namens de werkgever, direct verantwoordelijk is voor het veilig verloop van werkzaamheden op de werkplek. Ook bij hier geldt dat bevoegdheden en verantwoordelijkheden te verdelen zijn over meerdere werkverantwoordelijken.  Bijvoorbeeld als volgt:

Zo zijn de verantwoordelijkheden en taken te verdelen tussen (leidinggevende) medewerkers. De tussen WV’ers te verdelen verantwoordelijkheden en taken zijn:

  • het beoordelen en vastleggen van eventuele risico’s bij elektrotechnische werkzaamheden;
  • het opstellen van plannen voor het veilig verloop van werkzaamheden;
  • het selecteren van de juiste medewerkers voor bepaalde taken (mede op basis van de aanwijzing);
  • het bepalen van de juiste werkwijze;
  • het kiezen van de juiste gereedschappen en PBM’s;
  • de wijze waarop het toezicht wordt geborgd;
  • het instrueren van de betrokkenen om een veilig verloop van werkzaamheden te borgen.

Taken verdelen

Een organisatie heeft de mogelijkheid om verantwoordelijkheden en taken te verdelen tussen meerdere WV’ers. Bijvoorbeeld een hoofd WV’er (WV 1), verantwoordelijk voor beleidsmatige zaken zoals het actualiseren van het aanwijsbeleid, het verstrekken van aanwijzingen aan uitvoerenden, periodiek initiëren van NEN 3140-trainingen en het bepalen welke PBM’s en elektrische arbeidsmiddelen passend zijn voor de medewerkers om in te kopen.
Leidinggevenden op de werkplek kunnen vervolgens als WV 2 worden aangewezen en operationele taken als WV’er verrichten. Voorbeelden zijn risico’s bepalen, praktische plannen maken, beheersmaatregelen bepalen, medewerkers instrueren, passende hulpmiddelen ter beschikking stellen en toezicht houden op de werkplek.

De werkverantwoordelijke is namens de werkgever vaak de persoon die de medewerkers beoordeelt op hun vakbekwaamheid en ervaring met bepaalde elektrotechnische werkzaamheden. Hij voert dan vaak ook de gesprekken met de werknemers om hun daarna de juiste aanwijzing als vakbekwaam persoon of voldoende onderrichte persoon te geven. Vragen die de werkverantwoordelijke hierbij beantwoord moet krijgen zijn beschreven in NEN 3140 bijlage D.
Een aanwijsbeleid is bij elk bedrijf uniek en geeft duidelijkheid naar alle betrokkenen; wie mag welke taken met een elektriciteitsgevaar verrichten en waarmee.

Als bij een installatie- of servicebedrijf geen WV’er wordt aangewezen, is de werkgever de verantwoordelijke. De vraag is dan, of de hiervoor beschreven zaken adequaat worden georganiseerd. Prioriteiten liggen dan vaak elders.

Persoonlijke noot over verbeteren veiligheidscultuur

Zelden kan ik stellen dat aan de wettelijke eisen wordt voldaan

Ik mag bij vele bedrijven het elektrotechnische veiligheidsbeleid beoordelen. Door te kijken hoe medewerkers hun werkzaamheden verrichten, het stellen van uiteenlopende vragen over de wijze van organiseren en het beoordelen met welke gereedschappen, meetinstrumenten en PBM’s de werkzaamheden worden verricht, wordt dan een beeld verkregen van de veiligheidscultuur. Zelden is deze cultuur zo dat ik kan stellen dat aan de wettelijke eisen wordt voldaan.
Werkgevers moeten de juiste arbeidsmiddelen verstrekken. Medewerkers zijn vervolgens verplicht deze toe te passen waar nodig. Goedbedoeld wordt vaak gewerkt zoals men gewend is, maar de gevaren worden daarbij niet altijd goed ingeschat. Soms wordt gedacht: ‘We sturen de uitvoerende medewerkers naar een NEN 3140-training en dan weten ze toch alles en dan voldoen we toch aan de gestelde eisen.’ Helaas gaat het dan soms mis. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor zowel de medewerker, zijn leidinggevende(n) maar ook voor de organisatie.
Het verbeteren van de veiligheidscultuur ligt in de handen van de werkverantwoordelijke(n).

Dit vind je misschien ook interessant