artikel

Geen onnodige ontruimingen dankzij speciale sensoren

beveiliging

Het Atlas Theater in Emmen kreeg bij de bouw een geïntegreerd brandmeld- en ontruimingsalarmsysteem met speciale detectoren die niet onder de indruk zijn van theaterrook. Dat voorkomt loze meldingen en onnodige ontruimingen.

Geen onnodige ontruimingen dankzij speciale sensoren

Eind vorig jaar opende het Atlas Theater officieel in het Drentse Emmen haar deuren. Zowel de brandmeld- als de ontruimingsinstallatie in het gebouw is aangelegd en in bedrijf gesteld door Harwig Beveiligingstechniek uit Emmen, zelfstandig onderdeel van Harwig Installatietechniek.

Wildlands Adventure Zoo

Het theater is een opvallend, multifunctioneel gebouw. Het doet niet alleen dienst doet als theater, maar ook als congrescentrum én als toegangsgebouw annex hoofdkantoor van ‘Wildlands Adventure Zoo’, de opvolger van Dierenpark Emmen.

300 zitplaatsen

Het theaterdeel herbergt allereerst een naar achteren oplopende, van twee balkons voorziene theaterzaal, met in totaal ruim 820 zitplaatsen. En daarnaast een kleinere, vlakke zaal met duizend staanplaatsen die desgewenst zijn om te zetten in maximaal driehonderd zitplaatsen. Uiteraard zijn er in het gebouw horecavoorzieningen en is er een souvenirwinkel voor de bezoekers van Wildlands.

Ontwerp van Hertek

Zowel de brandmeld- als de ontruimingsinstallatie in het gebouw is aangelegd en in bedrijf gesteld door Harwig Beveiligingstechniek uit Emmen, zelfstandig onderdeel van Harwig Installatietechniek. Als gecertificeerd Hertek-dealer koos Harwig voor producten en systemen van Hertek. “Zij hebben indertijd ook het principeontwerp gemaakt. Dat moest vervolgens nog worden uit-geëngineerd en uitgevoerd, en dat hebben wij allemaal gedaan”, vertelt Alfred Veldsink, manager bij Harwig Beveiligingstechniek en nauw betrokken geweest bij het project.

Uitdagingen

Natuurlijk wil iedereen dat bij een brand in een gebouw de aanwezige meldinstallatie op tijd alarm slaat en ook de ontruimingsinstallatie in actie komt. Maar niemand zit te wachten op loze meldingen en onnodige ontruimingen. Dit soort problemen voorkomen is een uitdaging bij een multifunctioneel theatergebouw, waar vaak diverse activiteiten naast elkaar plaatsvinden.

Hoogte extra uitdaging

Vooral het theaterdeel vormde volgens Veldsink een extra uitdaging: “Denk aan de grote hoogte van de theaterzaalzaal plus de constructies en doeken aan het plafond, waardoor we niet met standaarddetectie uit de voeten konden. Hier moesten we andere technieken toepassen. Daar komt nog bij dat tijdens sommige optredens en voorstellingen gebruik wordt gemaakt van ‘theaterrook’ uit zogeheten hazers. Dan wil je natuurlijk niet dat daardoor het brandalarm afgaat. Op die uitdagingen hebben we een passende oplossing gevonden. Uiteindelijk hebben we met brandproeven aangetoond dat ook allemaal goed werkt.”

Met functiebehoud

Een nog grotere uitdaging was het ‘functiebehoud monteren’ van de brandmeldbekabeling in het gebouw. “In dit geval is dat voor het grootste deel gerealiseerd door het maken van lussen met standaardbekabeling. Op het moment dat er sturingen vanuit de lussen worden gedaan, mag – simpel gezegd – een lus niet twee keer door eenzelfde brandcompartiment lopen. Door de vele hoogteverschillen in het gebouw is dat een enorme puzzel geweest om dat goed te ontwerpen.”

Aanzuigsystemen

In het gebouw zijn naast ruim vijftig handmelders zo’n 440 automatische melders aangebracht. Maar voor het theater waren zoals gezegd aanvullende systemen nodig. “Dit soort puntmelders mogen in principe maar tot een hoogte van twaalf meter worden toegepast”, licht Veldsink toe. “Eventueel tot een hoogte van vijftien meter, als je met een proefbrand kunt aantonen dat ze ook in dat geval nog goed functioneren. In de achttien meter hoge theaterzaal en de wat lagere tweede zaal hebben we bij de plafonds gekozen voor aspiratiesystemen.”

Aspiration Smoke Detection

Aspiration Smoke Detection (ASD) is een zogeheten ‘actief’ rookdetectiesysteem, waarbij in een ruimte via geperforeerde buizen aan het plafond lucht wordt aangezogen. Die gaat naar een detector in een centraal geplaatste, goed bereikbare aanzuigbox, waar ze op rookdeeltjes kan worden gecontroleerd. In de grote zaal zijn twee aspiratiesystemen geïnstalleerd, in de kleinere zaal eentje. Geen standaard ASD, maar een veel gevoeliger variant die bekend staat onder de naam HSSD (High Sensitive Smoke Detection). Op enkele andere plaatsen in het gebouw – bijvoorbeeld in de liftschachten – zijn in totaal nog eens zes aspiratiesystemen geplaatst.

Multisensor melders

De ongeveer 440 automatische melders in het pand zijn voor het merendeel optische rookmelders van het type BIM519. Vanwege de al eerder genoemde theaterrook hangen in beide zalen en in de omringende toneelruimtes een honderdtal melders van het type BIM531. Deze duurdere multisensor melders detecteren zowel CO/CO2, als een snelle stijging van de ruimtetemperatuur. Ze reageren ook op echte rook, maar zijn veel minder gevoelig voor theaterrook.

Extra lussen brandmeldcentrale

De brandmeldinstallatie is opgebouwd rond twee onderling gekoppelde centrales uit de Penta-5400 serie van Hertek. Dit type brandmeldcentrale heeft standaard twee ‘lussen’, maar kan worden uitgebreid met twee extra lussen. In elke lus zijn maximaal 126 ‘elementen’ op te nemen, zowel hand- als automatische melders. Van de acht lussen liggen er zes in het theater-, en twee in het Wildlands-deel. Hertek heeft inmiddels ook een centrale met acht lussen in het assortiment, maar die was voor dit project nog niet beschikbaar. “Dat had in dit geval niet uitgemaakt, want om de lussen niet te lang te laten worden zouden we toch voor die twee kleinere centrales gekozen hebben”, aldus Veltsink.

Vertraging

Om tijdens een theatervoorstelling zo snel mogelijk te kunnen reageren op een aandacht vragende melder, is alle benodigde informatie niet alleen te zien op de brandmeldcentrales, maar ook op drie nevenpanelen: een bij de kassa, een bij de zalen en een in de regieruimte. Wat betreft de gevolgen van een melding zijn er verschillen tussen de hand- en de automatische melders. Als iemand een handmelder activeert, geeft de brandmeldinstallatie dat meteen door aan de ontruimingsinstallatie.

Slow whoop

Naast het bekende slow-whoop-signaal klinkt dan een voorgeprogrammeerde stem die oproept het gebouw te verlaten. Als daarentegen een van de automatische melders een brand doorgeeft, geldt er een vertragingstijd van vijf minuten waarin iemand van de organisatie kan controleren of er echt brand is. Bij een onechte of ongewenste melding moet hij of zij binnen die vijf minuten de installatie resetten op een van de centrales of nevenpanelen.

Gebouw rustig ontruimen

Als dat lukt, komt de ontruimingscentrale niet in actie, komt er geen doormelding naar de alarmcentrale en hoeft de brandweer niet in actie te komen. Als er wél brand blijkt te zijn, zorgt de verdeling in brandcompartimenten ervoor dat het vuur minimaal een half uur binnen het betreffende compartiment blijft, wat de organisatie de gelegenheid geeft om het gebouw goed en rustig te ontruimen.

Stabiel

Wat zijn na bijna een jaar de ervaringen met loze meldingen? Veltsink: “Tot nu toe erg goed. Helemaal in het begin bleken mensen tijdens een voorstelling met theaterrook tóch ergens een deur open te trekken; waarvan wij dachten dat die gewoon dicht zou blijven. Daardoor kregen we wat ongewenste meldingen en daar hebben we op geacteerd door de installatie aan te passen en enkele BIM519 melders te vervangen door BIM531 melders. Momenteel is het systeem stabiel en draait het storingsloos.”

Ongewenst is nog niet onecht

Loze meldingen komen in twee soorten voor: onechte meldingen en ongewenste. Als een rookmelder afgaat terwijl er geen rook wordt gedetecteerd is dat een onechte melding. Als een rookmelder afgaat doordat bijvoorbeeld iemand op de wc een sigaret rookt, dan is dat een echte melding, maar wel een ongewenste.

Lees ook:

Alles krijgt een sensor
Slimme sensoren meten wanneer er zout gestrooid moet worden

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels