artikel

De meterruimte van de toekomst

elektrotechniek

Hoe ziet de meterruimte er over vijf jaar uit? Grote spelers in de markt ABB, Attema en Hager verwachten geen revolutie, maar vooral een evolutie.

De meterruimte van de toekomst

Door Ferdinand Pronk

Toch zijn er grote ontwikkelingen aan de gang: het is dringen in de meterruimte. Die is al goed gevuld door de traditionele groepen en recentere toevoegingen voor internet en huisautomatisering. Daar komen nieuwe ruimtevragen bij vanwege installaties zoals warmtepompen, zonnepanelen en energiebuffers. Waar laat je alles?

Leestip: gratis whitepaper ‘meterkast in het gedrang’

Rommelen met routers

Attema ziet een groot aantal ontwikkelingen rondom de meterruimte, vertellen marketingmanager Marcel Herssevoort en productmanager Davy Krijnen. Zelf spreken ze overigens liever over de technische ruimte. Voor Attema is een belangrijk punt dat internet standaard overal in de woning zou moeten zitten, net als elektra, water en (voorlopig nog) gas. Nu moeten consumenten nog te veel rommelen met routers en versterkers. Internet zou moeten worden geïntegreerd in de meterruimte en vervolgens netjes en professioneel in de hele woning moeten worden aangelegd. Ook domotica-installaties horen wat hen betreft in de meterruimte thuis. Ze zien bovendien dat steeds meer woningen eigenlijk een 3-fase aansluiting nodig hebben, anders kom je niet uit met de warmtepomp, zonnepanelen en het elektrisch fornuis. Kortom: dat vraagt ruimte.

Installatieruimte

Herssevoort en Krijnen constateren druk op de meterruimte: “De projectontwikkelaar houdt de ruimte graag zo klein mogelijk, om zo veel mogelijk woonoppervlakte te kunnen verkopen.

Vanuit de installateur is er juist de wens om de kast groter te maken: er moet ruimte blijven om alles binnen redelijke tijd te monteren. Het tekort aan vakmensen is in die zin een belangrijk thema: om snel te kunnen werken, moeten de installaties plug and play zijn: “De afgaande groepen kun je al stekerbaar uitvoeren, waarom zou je dat ook niet doen met de aansluiting op de nutsvoorziening. Uiteraard moet die dan wel aan alle eisen en normen voldoen. De indeling van de meterruimte zelf zou met z’n tijd mee moeten gaan. In een gasloze wijk hebben de woningen geen gasmeter, maar blijft de norm gelijk. Dat betekent dat de zone waar normaal de gasmeter hing, leeg moet blijven of nog voller wordt als een warmtenet wordt aangelegd. Wanneer deze ruimte niet wordt benut blijft dit vreemd. En zo is ook de vraag of het nog nodig is om de slimme meter op 1,60 meter hoogte te hangen: die plek was handig toen de meteropnemer nog langs kwam, maar dat gebeurt niet meer. Misschien moeten we wel naar een aparte ruimte voor de nutsbedrijven, die vanaf de buitenkant van de woning toegankelijk is.”

Consument warm maken

Bij dat alles constateren ze dat de meeste installateurs niet of nauwelijks met de toekomst van de meterruimte bezig zijn: “Ze zijn druk met de projecten van vandaag en morgen en wachten de ontwikkelingen rustig af. Ook de consument beschouwt de meterruimte als een gegeven: als alles maar storingsvrij werkt. Op een wat ander terrein proberen we consumenten meer bij de techniek te betrekken. Dat doen we binnen de werkgroep Comfort, Control en Connectivity van branchevereniging Fedet. We kijken met de hele branche hoe we de consument kunnen helpen met de vele vragen die op hem of haar afkomen. Bijvoorbeeld bij het vervangen van een cv-ketel: is vervangen slim, moet je overstappen op een warmtepomp en wat komt daar bij kijken? We willen ons als branche duidelijker presenteren zodat we beter kunnen informeren, wellicht via platforms zoals GreenHome.nl.”

Elektrische installatie splitsen

Barry van der Zande is manager residential bij Hager. Ook hij constateert de grote druk op de meterruimte: “We zien er veel voordelen in om de elektrische installatie te splitsen. Met een hoofdverdeler bij de ingang van de woning en een technische ruimte op zolder. Dat scheelt niet alleen in de ruimte om te kunnen installeren, maar zorgt ook voor minder leidingwerk. Je kunt de zonnepanelen, warmtepompen, opslagsystemen en andere installaties ergens achter of bovenin de woning plaatsen en die vervolgens met een dikke kabel verbinden met de meterruimte. Op die manier kun je ook de warme en andere componenten gescheiden houden. Tegelijk blijft het voor de brandweer mogelijk om snel de woning stroomloos te maken, want de hoofdaansluitingen zitten gewoon binnen drie meter van de voordeur.”

Groepenkast slimmer

Hager hield vorig jaar een co-creatie sessie met installateurs om de groepenkast slimmer/eenvoudiger te maken: “We hebben toen lang gepraat over de indeling van de groepenkast. Je woekert in veel woningen met de ruimte, omdat je volgens de normen in de bovenste strook van de meterruimte moet blijven. Daarbij is de energiemeter een flinke belemmering, want die zit op een voorgeschreven hoogte die feitelijk niet meer nodig is nu Nederland overgaat naar de slimme meter en de gasmeter verdwijnt.”

Energiemanagement

Van der Zande voorziet dat de meterruimte in de toekomst meer wordt gericht op het managen van vermogen. “Er wordt tegenwoordig in moderne woningen met zulke hoge vermogens gewerkt, dat de standaardinstallatie net wel of net niet voldoet. Wellicht kun je door energiemanagement toch volstaan met een bescheiden aansluiting. Energiemanagement is ook interessant voor consumenten die hun eigen energie opwekken. Zeker als de salderingsregeling verdwijnt of wordt versoberd, bevordert zo’n systeem dat je energie vooral gebruikt op het moment dat die beschikbaar is.”

Woningbouw-industrialisatie

Ook toenemende woningbouw-industrialisatie is een ontwikkeling die Van der Zande noemt: “Woningen worden vaker in een fabriek gebouwd, vaak al voorzien van de technische installatie. Dat scheelt tijd. Maar ook in traditioneler gebouwde woningen is veel tijdwinst in de montage te behalen. Neem die groepenverdelers die geassembleerd worden geleverd, volgens de exacte specificaties van de installateur. Die kan met zo’n verdeler veel efficiënter werken. En wellicht gaan de ontwikkelingen verder met het plaatsen van meterruimten en nutsaansluitingen buiten de woning. Maar ik vraag me af of dat binnen vijf jaar gebeurt.”

Nutsput

Business development manager bij ABB Ben Pol pleit voor een fundamentele discussie welke installatieonderdelen je binnen en welke je buiten de woning onderbrengt: “Wat mij betreft houd je wat van de netbeheerder komt buiten de woning. Nu is er een onnodig ingewikkeld proces. Als je een huis bouwt moet je eerst een bouwaansluiting aanvragen en als de woning klaar is nog een definitieve aansluiting. Waarom zou je niet direct een definitieve aansluiting krijgen? Dat is mede een probleem omdat er vaak lange wachttijden zijn voor je een nutsaansluiting hebt, de wachttijd loopt soms op tot zes maanden, terwijl het huis verder kan worden opgeleverd. Ook over de locatie van de aansluiting kun je nadenken. Dat zou best een nutskast of een nutsput buiten de woning kunnen zijn. En vanaf dat punt is alles de verantwoordelijkheid van de installateur. Dat scheelt veel geld, tijd en mankracht, waaraan veel schaarste is op dit moment.”

Meer functionaliteit, maar minder techniek

“Ik denk dat het in de meterruimte op termijn, misschien niet binnen vijf jaar, een stuk leger wordt. Woningen krijgen steeds meer functionaliteiten, maar daarvoor hoeft steeds minder techniek in de woning te worden geïnstalleerd. Je installeert slimme devices die met platforms communiceren waarvan veel van de techniek zich elders bevindt. Met die devices ontstaat een zelfsturende laag in de woning. Als je een keer hebt verteld wat je voorkeurstemperatuur is, hoef je dat niet meer bij te regelen. Slimme cameratechnologie zou een belangrijke rol kunnen krijgen. Die herkent wie er binnenkomt en wat dus de gewenste instellingen zijn voor licht, geluid en de gordijnen. Ook spraakbesturing neemt toe: zeker niet alleen voor ouderen, want het is voor iedereen een stuk comfortabeler. En natuurlijk zul je af en toe ook nog wel op een schakelaar drukken. De meterkast zelf wordt meer prefab en technieken zoals elektrotechniek, energiemanagement en besturing integreren. Er komt meer intelligentie in en kan toch een stuk compacter worden.”

Internet of Things

The Internet of Things is in de woning in opmars en die ontwikkeling zal doorzetten: “We staan aan het begin van de komst van slimme gebouwen die mensen ontzorgen. De technieken helpen om zo min mogelijk energie te verbruiken. Een apart gelijkstroomnet in de woning past daar ook bij. Alles heeft tegenwoordig een adapter, we zijn continu bezig met conversie. Dat gaat gepaard met enorme energieverliezen, daar moeten we wat aan doen. Bij ontwikkelingen zoals The Internet of Things hoort overigens ook dat we als fabrikanten zeer alert zijn op cybersecurity. Het zou een onderdeel van het CE-keurmerk moeten zijn dat basale zaken rond privacy en beveiliging goed zijn geregeld.”

Leestip: Gratis whitepaper over domotica 3.0

Normcommissie

Intussen denkt ook de normcommissie meterruimten na over de meterruimte van de toekomst en wat de ontwikkelingen betekenen voor de meterruimtenorm NEN 2768. Marcel Wennekes is de voorzitter. Ook de normcommissie merkt dat er de neiging is om steeds meer in de meterruimte te willen plaatsen en constateert dat dat niet lukt: “Een installatie zoals een warmtepomp of de verdeler van de zonnepanelen produceert veel warmte. In de meterruimte zouden die zorgen voor een te hoge temperatuur van het leidingwater. De vraag is dan: of het water eruit, of een aparte technische ruimte maken. In de woning, of daarbuiten. Bij renovatie zou je bijvoorbeeld de energiemodules in een soort Dixie bij de achterdeur kunnen zetten. In Almere zijn projecten opgeleverd waar de meterruimte in een 1,5×1,5 meter grote technische ruimte is geïntegreerd. Zo’n ruimte leidt weer tot nieuwe vragen: het is erg verleidelijk om er de grasmaaier en de tuinstoelen in op te slaan. De commissie is er nog niet uit of dat wordt toegestaan, of dat de ruimte hermetisch moet worden afgesloten.” Er zijn meer vragen: “Als een woning gasloos is, kan de meterruimte misschien wel kleiner worden. Maar als we overstappen op waterstof, is die ruimte wel weer nodig.”

Meer flexibiliteit

Het brengt Wennekes tot de conclusie dat de huidige norm te star en te bepalend is om alle ontwikkelingen mogelijk te maken. Daarom ziet de commissie meer in het handhaven van de huidige norm en daarin verwijzingen op te nemen naar technische afspraken (NTA’s). Het kost veel minder (procedure)tijd om die op te stellen en ze kunnen dus makkelijker worden geactualiseerd. “Ontwikkelingen die op den duur standaard worden, kun je op termijn alsnog overhevelen naar de norm.”

Een ander punt zijn de bestaande installaties. Een nieuwe norm geldt alleen voor nieuwe installaties, terwijl er op dit moment veel nadruk ligt op renovaties. Moet de norm daar ook voor gaan gelden, of is het beter om een praktijkrichtlijn voor renovaties te schrijven? De commissie denkt er nog over.

Op dit moment is de normcommissie nog intern aan het werk en vervolgens volgen commentaarrondes voor iedereen. De NTA’s zouden eind 2019 beschikbaar kunnen zijn. En hoe de meterruimte er over vijf jaar uitziet? We zullen het volgen.

Reageer op dit artikel