artikel

Wet Kwaliteitsborging kost vooral meer papierwerk

elektrotechniek

Het was jaren een onderwerp van felle discussies, toch is de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen aangenomen. Of de kwaliteit echt vooruit gaat, moeten we nog afwachten, maar voor installateurs is één ding zeker: zij krijgen meer papierwerk. Gelukkig ben je met bestaande certificeringen al een heel eind op weg.

Wet Kwaliteitsborging kost vooral meer papierwerk

Door Edo Beerda

Heeft een installateur iets werkelijk uitgevoerd en – belangrijker nog – kan hij aantonen dat het ook goed is uitgevoerd?  Dat is de kern van de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb).

Nadruk op gebouwdossier

“De techniek zelf verandert niet, de eerstelijnsnormen van het Bouwbesluit waaraan je als installatiebedrijf altijd al moest voldoen, ook niet”, zegt Wil van Ophem, technisch directeur van InstallQ. Bij dit centrale loket in Nederland voor kwaliteitsregelingen kan de installateur zich laten certificeren om te kunnen voldoen aan de Wkb. Van Ophem: “De wet vraagt de installateur om het leveren van aantoonbare kwaliteit. De nadruk komt dus zwaar te liggen op het gebouwdossier.”

Checklist

Hoe je dat moet doen? Volgens InstallQ hoeft het niet ingewikkeld te zijn. De organisatie heeft checklisten gemaakt voor vrijwel alle van de pakweg vijftien bestaande kwaliteitsregelingen. Die checklisten moeten het maken van een projectdossier sterk vereenvoudigen. Ook is er een uniform model met algemene teksten. Per vakgebied en per regeling is er een vertaalslag gemaakt naar de technische eisen.

Niemand kan meer excuses maken dat hij geen tijd heeft

Vergunningplichtige bouwwerken

Staat installateurs een enorme administratieve rompslomp te wachten? Dat valt best mee, denkt Van Ophem. “Je kunt de uitbreiding van het gebouwdossier gewoon meenemen in je reguliere bedrijfsproces. Daarbij is de wet alleen van toepassing bij vergunningplichtige bouwwerken, dus een aantal projecten valt al af. Besef ook dat je met een grondig bouwdossier als installateur sterker staat bij een mogelijke aansprakelijkheid.”

Controlemetingen verplicht

Nu al is een installateur volgens de NEN-norm verplicht controlemetingen uit te voeren. Een E-installateur meet bijvoorbeeld of een aarding goed is aangebracht en een W-installateur meet of een gasinstallatie lekdicht is. “Straks moet die meting aantoonbaar zijn. Zo moet je beschrijven hoe die meting is uitgevoerd, met welk meetinstrument dat gebeurde, welke monteur voerde de meting uit en welke waarden rolden eruit”, zegt Van Ophem.

Als je het goed aanpakt, is het zo gepiept

“Je moet die meting toch al doen. Een lekdichtheidsbeproeving op een gasinstallatie kan makkelijk een half uur tijd kosten. Waarom zou je dan niet die 10 seconden uittrekken om even de resultaten te noteren? Punt is alleen dat je die notitie  in je werkproces moet opnemen. Laat die checklist dus niet liggen in je auto aan de andere kant van het werkterrein. Als je het goed aanpakt, is het zo gepiept. Het is allemaal niet zo schokkend. Garagehouders doen iets soortgelijks bij een APK-keuring.” Trouwens, al gecertificeerde bedrijven zijn gewend om controles op hun eigen werk uit te voeren en te registreren. Voor hen stelt het dus niet zoveel voor wat er bij komt, gelooft Van Ophem: “Ze zijn eraan gewend. Er staat niet voor niets ‘Aantoonbaar Beter’ in ons logo.”

Kwaliteit leveren

Met een erkenning van InstallQ ben je dus al een heel eind op weg naar je certificering, denken ze bij de onafhankelijke stichting, die zo’n 7.500 Nederlandse installatiebedrijven bedient. Want een erkenning vertelt precies waar het om draait: dat er kwaliteit wordt geleverd.

Techniek Nederland

“Laten we inderdaad hopen dat het stelsel van kwaliteitsregelingen waaraan we de afgelopen decennia gewerkt hebben leidend zal worden bij de WkB”, zegt ook Remco van der Linden, directeur Techniek en Markt van Techniek Nederland. “Het laatste dat we willen is dat een hoofdaannemer die bepaalde kwaliteitseisen stelt op een werk, zelf gaat bedenken hoe je die kwaliteit vaststelt.”

Voorstander

Toch is het wel degelijk mogelijk dat opdrachtgevers eigen wegen gaan zoeken om kwaliteitsborging op hun projecten te regelen. Mede daarom heeft Techniek Nederland aan de wieg gestaan van SEI en KBI – nu InstallQ – en is ze in gesprek met partijen als KOMO om ervoor te zorgen dat bestaande private certificeringen zoveel mogelijk opgenomen worden binnen de Wkb-vereisten. De brancheorganisatie is dan ook een groot voorstander van de Wkb en heeft zelf alle belang bij invoering ervan. Een officiële kwaliteitsregeling is een lidmaatschapseis bij Techniek Nederland.

Beunhaas

Sinds het afschaffen van de Vestigingswetgeving in 2007 heeft Uneto-VNI – nu Techniek Nederland – vurig gepleit voor herstel van de kwaliteits-  en vakbekwaamheidseisen voor installateurs. Want anders kan in principe iedere beunhaas een installatiebedrijf beginnen. Dat bedreigt de veiligheid, stelt de brancheorganisatie. Wat dat betreft ligt de Wkb in het verlengde van dat waarmee de branche de afgelopen jaren hard mee bezig is geweest: optuigen van een systeem van kwaliteitsinstrumenten.

Gediplomeerd

Grote vraag op dit moment is dus hoe de Wkb er in de praktijk uit gaat zien. Je kunt wel een certificaat hebben dat bewijst dat je gediplomeerd personeel in dienst hebt en dat je weet hoe je installatietechnisch werk moet uitvoeren. Maar dan ben je er nog niet. Het feit dat de controle op het werk verschuift van publieke naar private partijen heeft uiteraard consequenties.

Niet ieder installatiebedrijf zal dit voor elkaar krijgen

Verantwoordelijkheid kwaliteitscontrole

Vanaf 1 januari 2021 ligt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteitscontrole op alle werken die vallen onder het lage-risicogebied bij de opdrachtgever. Tachtig procent van alle bouwprojecten valt in die lage risicoklasse. Het gaat hier niet om keuken- of badkamerverbouwingen, maar uitsluitend om nieuwbouw en vergunningplichtige werken, zoals grote renovaties. Werken in de klasse ‘gemiddeld risico’ (18 procent) en ‘hoog risico’ (2 procent) vallen pas onder de wet als na evaluatie in 2023 gebleken is dat de nieuwe aanpak leidt tot betere kwaliteit. Een nog op te tuigen Toelatingsorganisatie gaat straks kwaliteitssystemen van bouwbedrijven goedkeuren.

Handhaving

Overdragen van de verantwoordelijkheid voor kwaliteit aan de markt klinkt alsof de overheid het zichzelf makkelijk maakt. Maar de overheid zal zelf ook weer moeten controleren of opdrachtgevers hun taak serieus nemen. “Gemeenten zijn nog in afwachting hoe de uitwerking er precies uit gaat zien, maar zij zullen hoe dan ook mankracht moeten vrijmaken voor handhaving”, zegt Van der Linden. “Want zonder handhaving is dit natuurlijk geen goede wet.”  Van Ophem onderschrijft dat. “Je zult straks met NEN 1010 en NEN 1078 in de hand de meterkast in moeten duiken om te zien of een installatiebedrijf alle controles heeft uitgevoerd. Steekproeven zijn noodzakelijk.”

KOMO

Directeur Ton Jans van KOMO onderstreept dat het belangrijk is dat je straks pas een in gebruik name vergunning krijgt, als is aangetoond dat er kwaliteit is geleverd. Kwaliteit van producten was al geborgd, onder meer in KOMO-certificaten. “Maar als je een KOMO-gecertificeerde product verkeerd installeert, heb je nog steeds een probleem. Om die reden worden er ook steeds meer Beoordelingsrichtlijnen ontwikkeld in relatie tot (applicatie)processen. Nu de aansprakelijkheid en bewijslast eenduidig bij de bouwer komt te liggen, zal er onvermijdelijk een professionaliseringsslag volgen.”

Hoofdaannemer & bewijslast

De hoofdaannemer zal de bewijslast doorleggen naar zijn leveranciers. Vanzelfsprekend, want hij moet aan het einde van elk bouwproject tien dagen voor oplevering een dossier bevoegd gezag indienen bij de gemeente. Dat omvangrijke verhaal kan de bouwer niet in zijn eentje in elkaar timmeren.

Controles

Zelf kan de hoofdaannemer controles verwachten op de naleving van zijn verantwoordelijkheden. Iedereen moet dus vooraf net iets beter gaan nadenken en documenteren over hoe hij zijn deel van een werk gaat aanpakken. “Niemand kan meer excuses maken dat hij geen tijd heeft. Je moet, want anders kun je niet aantonen dat je de vereiste kwaliteit hebt geleverd en komt er geen in gebruik name vergunning”, zegt Jans. “Positief natuurlijk, want juist het gebrek aan goede voorbereiding zorgt voor percentage van 10 tot 15 procent aan faalkosten in de bouw. Ik denk dat de Wkb voor een halvering van faalkosten gaat leiden.”

KiK

KOMO formuleerde zelf inmiddels een antwoord op de komst van de Wet kwaliteitsborging: de KiK. Het KOMO instrument Kwaliteitsborging is ontwikkeld op basis van gebruikersspecificaties van dertig bouwgerelateerde (branche)organisaties. KOMO ontwikkelde het in nauwe samenwerking met de markt, verenigd in het Platform Voorbereiding Stelselherziening (PVS). Het instrument is beschikbaar in vier modules: KiK voor ontwikkelaars & voorschrijvers, KiK voor bouwers, KiK voor kwaliteitsborgers en KiK voor het bevoegd gezag.

Soepel samenwerken

Kwaliteitsborgers hebben met KiK een instrument in handen dat voldoet aan alle tot heden bekende eisen, de interesse voor het instrument is groot. KiK moet er voor zorgen dat alle partijen dezelfde taal spreken en dus soepel kunnen samenwerken. Jans raadt aan om de KiK ook te gebruiken bij niet-vergunningplichtige bouwwerken. “Hiermee volg je binnen je bedrijf  een vast kwaliteitsprotocol, de kwaliteit van het werk wordt hier hoe dan ook beter van.”

Handtekening

Wil van Ophem van InstallQ juicht de ontwikkeling van het kwaliteitsinstrument KiK van harte toe. “Maar koppel het, wanneer je het in de markt zet,  alsjeblieft wel aan bij bestaande erkenningsregelingen voor elektrotechnisch werk, zoals die van InstallQ.” KOMO is inmiddels betrokken bij de opzet van tientallen proefprojecten die in Nederlandse gemeenten en bij woningcorporaties zijn opgezet. Tien procent van alle bouwprojecten moet volgend jaar getest worden op de nieuwe voorschriften. Dat komt neer op een paar duizend werken. Veel werk voor de boeg dus.

Jurisprudentie

Wie is er eigenlijk verantwoordelijk als er toch ergens in een werk iets misgaat? Klinkt als een lastig verhaal als er een handtekening van de installateur, kwaliteitsborger, aannemer en InstallQ staat. Van Ophem: “Ik denk dat we nog wel een proefproces kunnen verwachten, om er jurisprudentie over te krijgen.”

Kostenstijgingen?

Gaat de invoering van de wet niet tot kostenstijgingen leiden? Van der Linden denkt van wel. “Een certificering kost zomaar 3.000 euro, daar wil een bedrijf dekking voor hebben. Ook de bedrijven die nu nog niet gecertificeerd zijn. Daarnaast zullen de risico’s bij aanbestedingen zwaarder worden gewogen. Dat zul je terugzien in de kostprijs.”

Shake-out

Grotere bedrijven zijn over het algemeen al gewend met uitvoeren van controles en het registreren ervan. Er zal voor hen beduidend minder veranderen dan voor de kleintjes. “Maar er zal wel een shake-out optreden”, denkt Van Ophem. “Niet ieder installatiebedrijf zal dit voor elkaar krijgen.”

Praktische tools

Techniek Nederland gaat haar leden ondersteunen met praktische tools om straks te voldoen aan de nieuwe wetgeving. Ook InstallQ gaat na de zomer aangesloten bedrijven voorbereiden op de Wkb via de website, nieuwsbrieven en op installateursmiddagen. De organisatie presenteert dan ook zijn ‘erkenning 3.0’ regeling. Die biedt handvatten voor registratie van werk.

Reageer op dit artikel