artikel

Schakelkasten & de gelijktijdigheidfactor

elektrotechniek

Schakelkasten moeten veilig en bedrijfszeker worden opgeleverd. Ze moeten daarbij voldoen aan de NEN-IEC-61349. In de praktijk gaat het nogal eens mis. Roel Ritsma, senior consultant bij ERCD geeft aan wat de meest voorkomende fouten zijn en waar installateurs extra aandacht aan moeten besteden om deze fouten te voorkomen. In dit artikel gaat het over de gelijktijdigheidfactor.

Schakelkasten & de gelijktijdigheidfactor

Door Evi Husson

“Installateurs maken een ontwerp voor een elektrische installatie en bepalen daarbij wat ze nodig hebben. Deze specificaties geven ze door aan de panelenbouwer die vervolgens het gevraagde uitlevert samen met productinformatie hoe de schakelkast kan en mag worden gebruikt. Heeft de installateur zijn wensen en behoeften goed aangegeven en de bouwer heeft het goed gebouwd, dan is er een gesloten cirkel, en is iedereen tevreden.  Dat is de theorie. In de praktijk loopt het helaas vaak anders”, zegt Roel Ritsma, senior consultant bij ERCD en auteur van het boek Panelenbouw is een vak apart. ‘Installateurs geven vaak niet zo nauwkeurig aan wat ze precies nodig hebben. Ze bestellen bijvoorbeeld een paneel met een hoofdschakelaar van 63 ampère en tien eindgroepen van 16 ampère en zien verder geen problemen.”

Gelijktijdigheidfactor

Er moet echter ook rekening worden gehouden met de gelijktijdigheidfactor, de hoogte van de stromen in normaal bedrijf. “Als de schakelkast wordt gebruikt, gaan er stromen lopen die zorgen voor een toename van de temperatuur. Ruwweg kun je stellen dat de temperatuursverhogingen evenredig zijn met stroom in het kwadraat. Maak je de stroom twee keer zo groot, dan wordt de warmteontwikkeling en daarmee de temperatuurstijging vier keer zo groot. Dus is het van belang goed te weten hoeveel stroom er loopt, maar vooral ook hoe groot de som van de stromen van de groepen kan zijn.”

Levensduur

Ritsma: “De gelijktijdigheidfactor bij een paneel met tien groepen of meer, is doorgaans zestig procent. Concreet betekent dit dat als die tien eindgroepen allemaal gelijktijdig belast worden met zestig procent (oftewel 10 ampère) het systeem niet te heet zal worden. In het overgrote deel van de gevallen zullen die eindgroepen ook nooit gelijktijdig met meer dan zestig procent worden belast. Echter, is dit wel het geval, dan wordt het verdeelsysteem te heet wat kan leiden tot levensduurverkorting van de componenten in het paneel of in het ergste geval kan brand ontstaan. Mijn advies is dan ook om als installateur goed te controleren of de gelijktijdigheidfactor niet hoger is dan 0,6 en steeds correcte en volledige specificaties door te geven aan de paneelbouwer.”

Aansprakelijk

In het ideale geval vraagt de paneelbouwer naar de gewenste gelijktijdigheidfactor mocht de installateur dit niet hebben gemeld. “Wanneer een installateur hier geen helder antwoord op kan geven, is het voor de paneelbouwer raadzaam zelf de meest reguliere gelijktijdigheidfactor te hanteren en dit ook vast te leggen in de productinformatie. Mocht de installateur er in de praktijk meer vermogen op aansluiten en er ontstaat brand, dan kan de paneelbouwer niet aansprakelijk worden gesteld omwille van oneigenlijk gebruik van het product.”

In volgende artikelen gaat Roel Ritsma in op andere aandachtspunten bij schakelkasten.

Tip van de redactie:
Vakmedianet heeft een boek over paneelbouw.  In ‘Panelenbouw is een vak apart‘ wordt de De NEN-EN-IEC 61439 nader verklaard. Wat zijn de eisen in deze norm en wat is nu precies de achtergrond van deze eisen?

 

Reageer op dit artikel