artikel

Energietransitie niet gebaat bij individuele keuzevrijheid

energie

In de energietransitie kan individuele keuzevrijheid een collectieve aanpak in de weg zitten, vindt Han Slootweg, directeur assetmanagement bij Enexis. Gemeenten moeten om die reden de mogelijkheden hebben om de duurzame warmtevoorziening per wijk te bepalen.

Energietransitie niet gebaat bij individuele keuzevrijheid
Foto: NFP Photography

Door Joop van Vlerken

Daarnaast bepleit Slootweg dat we ons uitgebreide gasnet nog niet meteen uit de grond trekken. Groen gas en waterstof kunnen namelijk nog een belangrijke rol gaan spelen in de energietransitie.

‘Te duur en geen ruimte’

“We kunnen niet én een warmtenet, én een gasnet én een verzwaard elektriciteitsnet aanleggen in één en dezelfde wijk. Dat is te duur, maar er is ook geen ruimte voor in de grond. De voor de hand liggende beslissingen over de techniek van de duurzame warmtevoorziening moeten daarom op een bepaalde schaal genomen worden.” Aan het woord is Han Slootweg, directeur asset management bij Enexis en professor aan de faculteit Elektrotechniek van de Technische Universiteit Eindhoven.

De gemeente bepaalt

Dat betekent dat individuele keuzevrijheid van de particuliere bewoners onder druk komt te staan, denkt Slootweg. “Niet iedere individuele eigenaar kan hierin zijn eigen keuze maken. De gemeente bepaalt in welke wijk voor welke oplossing gekozen wordt. Dat is een keuze ten dienste van het collectief. Het betekent wel dat gemeenten nieuwe mogelijkheden en bevoegdheden nodig hebben.”

Collectieve oplossingen goedkoper

Slootweg vindt het niet vreemd dat het individuele belang moet wijken voor het collectieve. “Op andere vlakken gebeurt dat nu ook al. Vroeger mocht je een boom gewoon omhakken als je daar zin in had. Nu heb je daar vaak een vergunning voor nodig. En ik mag in mijn achtertuin ook niet zomaar een garagebedrijf of een speeltuin beginnen. Daarnaast is er nog het kostenaspect. Collectieve oplossingen zijn onder de streep echt goedkoper dan individueel gehobby.”

Houd er rekening mee dat het soms tijd kost de netcapaciteit te vergroten

Gasloos?

Slootweg werkt al ruim 15 jaar voor netbeheerder Enexis en studeerde in 1998 in Delft cum laude af aan de faculteit Elektrotechniek. In 2009 werd hij parttime professor smart grids aan de faculteit Elektrotechniek van de TU/e. Met zijn gezin woont hij in Zwolle in een jarendertigwoning. Die is niet aardgasloos, vertelt hij. “We hebben deze woning gekocht van een oudere man. De woning hebben we vervolgens van top tot teen gerenoveerd. We hebben zowel vloer, dak, als spouw geïsoleerd, overal dubbel glas toegepast en we gebruiken speciale radiatoren die de warmte zoveel mogelijk aan de ruimte afgeven en niet aan de achterliggende muur. De cv-ketel is vernieuwd. We hebben de woning goed aangepakt, omdat we hier voor de rest van ons leven willen wonen. We gebruiken nu met zijn zessen de helft minder gas dan de vorige bewoner in zijn eentje. Nu wil ik zonnepanelen leggen op mijn garage, maar daarvoor moet ik een kabel onder de oprit trekken. Dat wil ik combineren met een laadpaal voor mijn elektrische auto die besteld is en deze herfst wordt geleverd.”

Dilemma

Of hij nog van het gas af gaat, is volgens hem afhankelijk van de keuze van de gemeente Zwolle voor zijn wijk.  “Ik sta nu voor een dilemma. We kunnen misschien aangesloten worden op een warmtenet. Dat is een van de mogelijkheden, maar anders overweeg ik op termijn een hybride warmtepomp.”

Faciliteren

De energietransitie stelt netbeheerders voor forse uitdagingen, zegt hij. “De kern van onze uitdaging is om alle gevraagde energie te kunnen afleveren. Nu doen we dat in de meeste gevallen nog met gas. Dat heeft een veel hogere energie-inhoud dan elektriciteit. Om te verduurzamen moet in eerste instantie de energievraag van woningen beperkt worden en vervolgens moeten we bekijken hoe we duurzaam kunnen voorzien in de resterende energievraag.”

Techniek kiezen

Volgens Slootweg is het aan Enexis om de gekozen oplossingen te faciliteren. “Afhankelijk van de bebouwing wordt er een techniek gekozen. Voor nieuwbouwwijken zullen dat veelal warmtepompen zijn en in oudere stadswijken vaak een warmtenet, terwijl ruimer opgezette oudere wijken en huizen op het platteland een andere oplossing met bijvoorbeeld een hybride warmtepomp op duurzame elektriciteit en groen gas of duurzame waterstof zullen krijgen.”

Klimaatakkoord

De netbeheerders hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het Klimaatakkoord, vertelt hij. “Op hoofdlijnen zijn we erg tevreden. We hebben ook veel inbreng gehad. Nu ben ik wel benieuwd naar de vervolgstappen. Die worden uitgewerkt in de regionale energiestrategieën en de transitievisies warmte voor de wijken. Het is van cruciaal belang dat wij als netbeheerders tijdig worden geïnformeerd en betrokken. Warmtepompen en zonnepanelen zijn nodig, maar de benodigde extra infrastructuur ligt er niet meteen. Houd er dus rekening mee dat het soms tijd kost om de netcapaciteit te vergroten.”

Kosten

Er zijn zaken in het Klimaatakkoord die volgens Slootweg nog meer uitwerking nodig hebben. “Ik zou het een goed kader noemen, maar de wedstrijd moet eigenlijk nog beginnen. Als we het bijvoorbeeld hebben over kosten, zijn er grote verschillen. Een huis aansluiten op een warmtenet, kost veel voor de voordeur en weinig achter de voordeur. Bij een all-electric-oplossing is het precies andersom. Wat voor arrangementen zijn er om deze verschillen weg te nemen? En hoe breng je het individuele en het maatschappelijke belang op een lijn zodat de maatschappelijk gezien optimale keuze ook voor het individu het meest aantrekkelijk is.”

Geen onzintechniek

Slootweg staat positief tegenover alle genoemde technieken in het Klimaatakkoord. Er staan volgens hem geen minderwaardige technieken in. “De onzintechnieken hebben het Klimaatakkoord niet gehaald. Je leest er niets in over een kernreactor in de kruipruimte. Zulke onzin lees je nog wel eens op het internet. Je moet goed kijken welke techniek bij welk gebouw past, maar we hebben ze allemaal nodig.” Dat geldt volgens Slootweg ook voor waterstof. “We kunnen niet zonder waterstof. Dat heeft vooral te maken met seizoensopslag. Waterstof is een goede energiedrager om energie voor langere tijd op te slaan in grote volumes. Maar ook voor piekverwarming kan het zeker een optie zijn. We wonen zelf in een jarendertigwoning. Als de oostenwind daar vol op staat, wordt het vrijwel onmogelijk om het warm te krijgen met uitsluitend elektriciteit. Het zou toch fijn zijn als we op die momenten gebruik kunnen maken van groen gas of duurzame waterstof.”

We kunnen niet zonder waterstof

Gasnetten niet uitfaseren

Gasnetten zijn relatief goedkope techniek en moeten daarom niet zomaar weggehaald worden, vertelt Slootweg. “De redenering is vaak, aardgas is fossiel dus dat moet eruit. Maar dat is te kort door de bocht. Er is ook groen gas en waterstof en dat kan een belangrijke rol spelen in de duurzame energievoorziening van de toekomst. All-electric-grachtenpanden lijken mij bijvoorbeeld een heel slecht idee. Als we het gasnet minder gebruiken is dat bovendien niet erg. Het ingrijpend verzwaren van het elektriciteitsnet is veel duurder dan het laten liggen van het bestaande gasnet. Zeker als je naar de getransporteerde energievolumes kijkt zijn elektriciteitsnetten duur in vergelijking met gasnetten.” Volledige uitfasering van gas in 2050, zoals minister Wiebes voorstaat, vindt Slootweg dan ook niet verstandig. “Ik zou niet zo ver willen gaan. Groen gas en duurzame waterstof zijn goede opties en wat mij betreft dus zeker geen tussenoplossing.”

Twijfel

Of het lukt om 1,5 miljoen woningen verduurzaamd te hebben in 2030? Slootweg twijfelt: “We staan echt voor een gigantische uitdaging en hebben enorme groeisnelheden nodig om dit allemaal voor elkaar te krijgen. Belangrijk is daarom dat procedures en regelgeving worden aangepast.” Daarnaast is het gebrek aan technisch personeel een probleem, denkt Slootweg. “Die personeelstekorten zitten de groei in de weg. Daar hebben installatie- en bouwbedrijven last van en bij ons speelt het ook. Wij proberen om die reden effectiever en efficiënter te werken, door arbeid te optimaliseren, het voortraject korter te maken, grotere netuitbreidingen in een keer te doen en projecten te combineren. Daarnaast hebben we onze opleidingsinspanningen structureel fors verhoogd.”

Gerelateerde visie-artikelen over de energietransitie en verduurzaming van de gebouwde omgeving:

Reageer op dit artikel