'Iedereen mag in de groepenkast werken, en dat gebeurt dan ook'

De energietransitie, technologische innovaties en nieuwe woonvormen vragen om flexibiliteit in de meterruimte. NEN peilde de markt en ontwierp negen mogelijke meterruimtes van de toekomst. Hoe kijken installateurs naar deze discussie, en welke van de negen concepten heeft hun voorkeur? We vroegen het aan Corné Houtman, eigenaar van Houtman Inspectie in Veenendaal.
Delen:

“Als ik de negen concepten bekijk, dan valt me op dat de meterruimten over het algemeen kleiner worden. Dat vind ik niet verstandig omdat het aantal elektrische installaties in de woningen juist groter wordt. We willen op inductie koken, elektrisch rijden, zonnepanelen op het dak, groene stroom opslaan in accu’s; en alles komt samen in de meterruimte. De groepenkast wordt dus groter, en dat moet om te beginnen fysiek passen, maar er ontstaat ook meer warmte en die moet ergens naar toe.”


Extra componenten zijn nodig

Het is zonde om opwekkers af te schakelen zoals nu soms gebeurt

“Mijn voorkeur gaat uit naar meterruimte 2 omdat die ruimer is opgezet”, zegt Houtman. “Daar kun je alles wel in kwijt, ook als er in de toekomst uitbreiding nodig is met het oog op dynamische vermogensregelingen. Nu het elektriciteitsnet vol raakt moeten we anders met de opgewekte stroom omgaan. Het is zonde om opwekkers af te schakelen zoals nu soms gebeurt. Een oplossing is om de opgewekte vermogens dynamisch te regelen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van accu’s. Daar gaan we naartoe, en daarvoor zijn extra componenten in de meterruimte nodig, zoals meetspoelen.”

‘Schoon en ledig’ is hij nooit

We treffen echt van alles in meterkasten aan


Houtman komt voornamelijk in meterruimtes om Scope 12 keuringen uit te voeren voor VVE’s en woningcorporaties. “Eén ding is zeker, ‘schoon en ledig’ zoals een meterruimte zou moeten zijn, is hij nooit”, lacht hij. En vanuit die praktijk vindt hij het geen goed idee om de meterruimte in tweeën te verdelen door middel van een plank.
“Nu treffen we als installateurs van alles in meterkasten aan: schoenen, strijkplanken, tennisrackets en noem maar op. Komt er dan een plank die de kast in twee delen splitst, dan staat die natuurlijk binnen de kortste keren vol met bloempotten, de voorraad kattenbrokjes, of oud speelgoed. Niet doen dus! Van de voorgestelde gevarensticker trekken mensen zich niks aan; plek is plek.
Compartimenteren met een netbeheerdersgedeelte dat vanaf de buitenkant toegankelijk is, is misschien een goed idee. Dat zou betekenen dat een installateur zegelrecht moet hebben om erin te kunnen.”

Ik zie zo vaak dingen die niet kloppen, die wel kunnen maar eigenlijk niet mogen

Wie mag er aan sleutelen?

Houtman vindt het goed dat deze discussie is opgestart. “Het is belangrijk om na te denken over elektrische installaties. Toch zou ik graag zien dat er ook een antwoord komt op de vraag: wie mag er aan de elektrische installaties in de meterruimte sleutelen? Dat ontbreekt nog. Met een ambitie van 100.000 woningen per jaar bouwen en aansluiten én miljoenen huizen die verder geëlektrificeerd worden in verband met de energietransitie, is het belangrijk om de kwaliteit van de installaties te kunnen garanderen. Ik zie zo vaak dingen die niet kloppen, die wel kunnen maar eigenlijk niet mogen. Het is een wonder dat er niet meer ongelukken gebeuren. Voor de zakelijke markt zijn er regels en afspraken, onder andere omdat verzekeraars eisen stellen (Scope 8, 10 en 12). De particuliere markt is helemaal niet gereguleerd. Iedereen mag in de groepenkast werken, en dat gebeurt dan ook. Het is in mijn ogen hoog tijd om dit te gaan reguleren. De w-installateur moet zich aan de Gasketelwet houden; voor de e-installateur moet er ook iets komen. Dan is ‘knutselwerk’ eindelijk verleden tijd.”

In dit artikel vertellen Maarten Visser van Visser Elektrotechniek en Ruben Bonk van Bonk Elektro over meterruimtes:

Dit vind je misschien ook interessant