artikel

Kansen voor warmtepompen

energie

Vormen hybride systemen een goede tussenoplossing, of is het beter om direct van het gas af te gaan? Dit was een van de vragen tijdens het Nederlands Congres Warmtepompen in Veenendaal op 14 december 2017.

Kansen voor warmtepompen

Dagvoorzitter Claudia Reiner, vicevoorzitter van Uneto-VNI en directeur van installatiebedrijf Caris & Reiner, trapte het congres bij Hotel van der Valk in Veenendaal af. Ze ging daarbij in op het regeerakkoord van de nieuwe coalitie. “Dit is het groenste akkoord ooit, en dat is hoopvol voor de industrie.” In het akkoord staan onder meer plannen voor de realisatie van duizenden gasloze woningen per jaar, waarbij warmtepompen ongetwijfeld een belangrijke rol gaan spelen.

Duurzaamheid speelt belangrijke rol

Reiner liep ook vooruit op de komende gemeenteraadsverkiezingen. Daarbij zal duurzaamheid een belangrijke rol spelen: “Je ziet dat het thema ‘van gas los’ wordt omarmd. Dat betekent dat de industrie meters kan maken. De vraag is of de sector er al klaar voor is, en daar gaan we tijdens dit congres antwoorden op krijgen.” 

Alle gebouwen energieneutraal

Reiner wees tot slot op het jaar 2050, als stip op de horizon. “Dan moeten alle gebouwen energieneutraal zijn. De regering werkt er in tussenstappen naartoe, met het aanscherpen van wettelijke kaders. In 2023 is er een Label C-verplichting voor utiliteitsbouw, in  2030 zal waarschijnlijk een Label A-verplichting volgen en daarnaast wordt BENG versneld geïntroduceerd. Het zijn maatregelen die de sector in gang brengen.” Net als tijdens het vorige congres constateerde Reiner dat alle lichten op groen staan voor warmtepompen, maar ze voegde eraan toe dat de sector wel de juiste dingen moet doen om dit tot een succes te maken. 

‘Enorm potentieel voor warmtepomp’ 

Frank Agterberg, sinds 1 januari 2018 voorzitter van de Dutch Heat Pump Association (DHPA), betrad als eerste spreker na Reiner het podium. In zijn nieuwe rol als DHPA-voorzitter moet hij iedereen overtuigen van het nut van de warmtepomp. “Maar”, zo merkte hij terecht op, “Voor een zaal vol professionals is dat niet nodig. Iedereen hier is al enthousiast.” 

Enorm potentieel

Agterberg constateerde dat de discussie over warmtepompen zich vaak op technisch gebied afspeelt. “Maar dat is niet voldoende om ze in gebouwen terecht te laten komen”, waarschuwde hij. Met 7,5 miljoen woningen en 600 miljoen vierkante meter aan utiliteitsoppervlakte die in Nederland verduurzaamd moeten worden, waarvan het overgrote deel met een warmtepomp, is het potentieel enorm. 

Uitrol warmtepomp

Volgens de nieuwe DHPA-voorzitter zijn er nog wel belangrijke obstakels voor een grote uitrol: “Dat zijn de bestaande infrastructuur en de gevestigde orde. Er zijn ook verliezers van de energietransitie, en die gaan tegengas geven. Dat gaat schuren, vooral als de groei hard gaat.” Agterberg wees tijdens zijn presentatie op een brief van het ministerie van BZK aan De Tweede Kamer, met het advies om de bepalingsmethode voor de energieprestatie niet te veranderen. “En dat terwijl er juist allerlei verbeteringen in die methode moeten komen om duurzame technieken beter te kunnen beoordelen. Dat moeten we echt doorzetten.” Agterberg wil zijn ogen echter niet sluiten voor tegenbewegingen: “Ook die moeten een plek krijgen in de discussie.” 

 

Omscholing installateurs nodig 

Om de klimaatdoelstellingen te halen, moeten volgens Agterberg jaarlijks zo’n 400.000 warmtepompen worden geïnstalleerd. Rapportages over het  aantal warmtepompen dat in Nederland in gebruik is,  lopen erg uiteen. Volgens Europese statistieken gaat het om 91.000 installaties, terwijl het CBS uitkomt op 360.000. Volgens Agterberg komt dit doordat er verschillende definities van warmtepompen worden gehanteerd. 

‘Nieuwe techniek’

Dat de benodigde groeicijfers nog niet worden gehaald, is volgens hem een gevolg van het feit dat warmtepompen nog altijd ‘nieuwe techniek’ zijn. De marktontwikkelingen volgen de normale wetmatigheden die daarbij horen. Nieuwe technologie moet zich eerst in de markt vechten, en als dat eenmaal is gebeurd, gaat de uitrol steeds sneller. In die overgangsfase zijn we volgens Agterberg nu beland, wat zichtbaar is aan de groeipercentages van tussen de 30 en 100 procent per jaar, afhankelijk van het type warmtepomp. 

Rol installateurs verandert

Volgens Agterberg is slechts zo’n 10 procent van de installatiebedrijven in staat om een warmtepomp te plaatsen. Dat percentage moet omhoog, wat mogelijk is door omscholing. “Ook de rol van installateurs verandert. Een warmtepomp installeren is wat anders dan een cv-ketel ophangen. Installateurs zullen meer adviseur moeten worden, en daar moeten ze hun business case op aanpassen.” 

 Volledig van het gas af 

Volgens Ronald Schilt, directeur van adviesbureau Merosch, is het bij verduurzaming belangrijk om ‘echt volledig’ van het gas af te stappen. “Ook groen gas is niet helemaal veilig in gebruik. Gas veroorzaakt ieder jaar zo’n honderd ongevallen, in vijf gevallen met dodelijke afloop. En dat is helemaal niet nodig.”  

Nieuwbouw zonder gasaansluiting

De realisatie van een nieuwbouwwoning zonder gasaansluiting is volgens Schilt een makkie: “Dat levert maar een paar duizend euro aan meerkosten. Bij bestaande bouw is het een lastiger verhaal. Daarover wordt vaak nogal infantiel gedacht dat ‘we dat wel even gaan doen’”. 

Hybride oplossingen

Met zijn mening over gas maakt Schilt meteen ook duidelijk dat hij niet in een hybride oplossing als eindstation gelooft. “Ik geloof wel in warmtenetten met een duurzame bron, maar de rol daarvan is beperkt vanwege de snelheid die nodig is in de energietransitie. Het kost jaren om dergelijke grote projecten van de grond te krijgen, die tijd hebben we niet.”  

All-electric

All-electric is voor Schilt de enige route. “Sommige critici stellen dat straks alle stoppen eruit springen, maar dat gaat niet gebeuren. De warmtepomp zorgt voor veel minder piekbelasting dan mensen denken. Piekbelasting wordt veel meer veroorzaakt door elektrisch koken aan de vraagkant, en door op het net aangesloten zonnepanelen aan de aanbodzijde. Alleen tijdens de kerst, als veel warmtepompen op vol vermogen draaien, kan een opwekkingsprobleem ontstaan. Dat kan ook gebeuren als het op andere momenten 10 graden vriest, maar die situatie komt zo goed als nooit meer voor.” 

 Storend geluid buitenunits

Qua type warmtepomp geeft Schilt aan geen fan te zijn van lucht als bron. “Lucht-warmtepompen zijn overal eenvoudig toepasbaar, maar de buitenunits maken veel geluid. Daar storen mensen zich aan. Vooral in de ontdooistand maken ze veel herrie, maar dat vind je niet in de specificaties terug.”  

Esthetische inpassing warmtepomp

Ook de esthetische inpassing is volgens Schilt een aandachtspunt: “Ik ben nog geen warmtepomp tegengekomen waar een vrouw verliefd op wordt.” Zelf is Schilt ‘verliefd’ op bodemsystemen. “Maar we moeten er geen glycol in gebruiken. Alleen met water werkt het prima en het is beter voor het milieu.” 

Regels voor bodemenergie

Schilt wijst op de naar zijn mening overtrokken regels voor bodemenergie. “Die zorgen voor onnodige kosten en vormen een belemmering.” Tijdens zijn presentatie concludeerde Schilt tot slot nog dat er ook andere valkuilen zijn met betrekking tot warmtepompen. Hij noemde niet alleen het gebrek aan kennis in de sector, maar ook de betrokkenheid van leveranciers. “Hier is de doos en zoek het verder zelf maar uit, dat lijkt de werkwijze van veel bedrijven”. 

 Hybride warmtepompen 

De opmerkingen van Schilt over hybride warmtepompen wekten discussie op. Uit de zaal kwam de opmerking dat er niet veel gaat gebeuren als alle huizen in een keer van het gas moeten. De overstap naar all-electric zou geleidelijk moeten verlopen. Ook Simon Tuitel, warmtepompexpert bij Vaillant, is die mening toegedaan. 

Bij een hybride installatie zorgt de warmtepomp voor verwarming (dit dekt 70 tot 80 procent van de warmtevraag af), en de gasketel voor warm water en voor het afvangen van warmtevraagpieken. Tuitel: “Vooral regeltechniek is belangrijk om deze systemen zo energiezuinig mogelijk te laten draaien. Dat kan een besparing opleveren van 35 procent.”  

Voordelen hybride systemen

Voordelen van hybride systemen zijn de lagere totale installatiekosten doordat bestaande radiatoren kunnen blijven hangen, en een lagere belasting van het elektriciteitsnet. De terugverdientijd van een hybride installatie bedraagt volgens Tuitel vijf jaar. “Dat maakt de hybride warmtepomp een goede tussenoplossing. Uiteindelijk is all-electric op de lange termijn wel voordeliger.” 

Uit de zaal kwam ook als reactie dat er teveel naar kosten en terugverdientijden wordt gekeken: “Het doel moet meer zijn om van het gas af te gaan en de mensen in Groningen te helpen.” 

Industriële renovatieaanpak van bestaande wijken 

Jan Willem van de Groep sprak over de renovatie van complete wijken. Hij is oprichter van ARXlabs en Factory Zero, en betrokken bij Energiesprong en Stroomversnelling. Om de kosten te drukken, is bij de renovatie van hele wijken een industriële aanpak nodig, stelde hij. Woningen worden daarbij van een nieuwe jasje en een nieuwe energie-installatie voorzien. De kosten daarvan liggen tussen de 40.000 en 50.000 euro, maar daar staat tegenover dat bewoners daarna geen energierekening meer hebben.  

Van de Groep zoekt ook naar een realistische oplossing voor particulieren. “Om zo’n oplossing levensvatbaar te maken, moeten de kosten met 50 procent omlaag. Als dat lukt, kan de concurrentie met energiebedrijven worden aangegaan.” 

 Thermo-akoestische warmtepomp 

Met de thermo-akoestische warmtepomp van het bedrijf Blue Heart Energy  zouden de kosten van verduurzaming wellicht drastisch kunnen worden verlaagd. Volgens Michiel Hartman van Blue Heart Energy zal de thermo-akoestische warmtepomp die door zijn bedrijf wordt ontwikkeld niet meer gaan kosten dan een cv-ketel.  

De thermo-akoestische warmtepomp die Blue Heart over een paar jaar op de markt wil zetten, werkt met geluidsgolven en helium. Door helium samen te persen, voert de warmtepomp warmte af en door het gas te expanderen, wordt koude afgevoerd.  

Hartman somde een aantal voordelen op van de thermo-akoestische warmtepomp: hij is lineair regelbaar, werkt niet met schadelijke koudemiddelen, helium is voldoende voorradig, de COP van het systeem is 20 tot 50 procent hoger dan die van conventionele warmtepompen, en er is in theorie geen maximum temperatuurbegrenzing, wat mogelijkheden biedt voor tapwaterbereiding. Doordat de warmtepomp uit relatief weinig onderdelen wordt opgebouwd, zullen de productiekosten bovendien relatief laag zijn, zo stelde Hartman. 

 Onderdelen in bestelling 

Inmiddels is van de thermo-akoestische warmtepomp een proefmodel gebouwd dat wordt doorontwikkeld. De onderdelen voor een nieuw prototype zijn in bestelling, zodat dit in de loop van 2018 kan worden gebouwd. Na uitgebreide praktijktesten zal de warmtepomp naar verwachting in 2019/2020 op de markt worden gebracht. 

In principe kan de capaciteit van het systeem worden uitgebreid tot 100 kW, maar de eerste ‘marktklare’ warmtepomp zal een vermogen krijgen van 1 kW en dienen in een hybride systeem (naast een gasketel) of als tapwaterbooster. Blue Heart brengt de warmtepomp niet zelf op de markt; dat gebeurt bijvoorbeeld via skidbouwers of andere bestaande leveranciers.

Reageer op dit artikel