Wet kwaliteitsborging: zoeken naar balans

Wet kwaliteitsborging: zoeken naar balans
Beeld: Holland Moments/Shutterstock.com

De invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) op 1 januari 2024 veranderde de wijze van kwaliteitscontrole in de bouwsector ingrijpend. In gesprek met Madeleine Nagelkerke, programmamanager Kwaliteit bij Techniek Nederland.

Voor de invoering van de Wet kwaliteitsborging kreeg een aannemer een bouwvergunning van de gemeente, die op papier controleerde of aan de regels werd voldaan. Gemeenten hadden echter vaak beperkte capaciteit om ook tijdens de bouw toezicht te houden. Daardoor kwamen fouten soms pas aan het licht bij oplevering of erger nog: bij schadegevallen.

“Een inspecteur kwam alleen kijken als daar aanleiding toe was”, legt Madeleine Nagelkerke, programmamanager Kwaliteit bij Techniek Nederland, uit. “In de praktijk betekende dit, dat veel bouwwerken zonder daadwerkelijk operationeel toezicht van overheidsinstanties werden gerealiseerd.”

Grote incidenten, zoals het instorten van een parkeergarage en het dak van het AZ-stadion, maakten duidelijk hoe kwetsbaar het oude systeem was. Uit onderzoek bleek dat zulke ongelukken vaak ontstonden door een combinatie van ontwerp-, uitvoerings- en materiaalfouten. De Wkb is ingevoerd om dit te veranderen en de kwaliteitsborger moet zulke ketenfouten in de toekomst helpen voorkomen.

Stoppunten

De kwaliteitsborger is een onafhankelijke partij die zelfstandig opereert. Hij stelt risicomomenten – zogeheten stoppunten - in het bouwproces vast. Dat kan bijvoorbeeld gaan om de aanleg van een installatie of het afwerken van een constructie. “Als de kwaliteitsborger constateert dat er een fout in het ontwerp zit, of dat de uitvoering niet klopt met de uitgangspunten, dan mag hij het werk stilleggen. Pas als dat is hersteld, kan de bouw verder.”

Mogelijke spanningen

Deze nieuwe werkwijze zorgt voor meer controle en betere borging. Toch kan het ook tot nieuwe spanningen op de werkvloer leiden, omdat niet elke borger hetzelfde werkt. De een is sterk technisch georiënteerd en kijkt vooral naar de uitvoering, terwijl een ander vooral punctueel administratief toetst. Die verschillen in interpretatie kunnen leiden tot frustratie bij installateurs en aannemers. “De samenwerking loopt nog wat stroef”, meent Nagelkerke. “De ene borger wil echt alles afvinken, terwijl de ander vooral vertrouwt op het vakmanschap van de installateur.”

Veranderde aansprakelijkheid?

De komst van de kwaliteitsborger heeft ook invloed op de aansprakelijkheid in het bouwproces. Aannemer en installateur worden nu vergezeld door een derde partij, wat vragen oproept bij stagnatie of vertraging van de werkzaamheden. “Wie betaalt de kosten als een project stilligt, nadat de borger het werk afkeurt? De hoofdaannemer blijft formeel verantwoordelijk, maar de installateur is degene die de bewijsvoering moet aanleveren.” Techniek Nederland vindt het cruciaal dat de praktijkervaring van uitvoerende partijen zwaarder gaat meewegen. “De verantwoordelijkheid voor het bouwen ligt bij de vakmensen. De installateur en de aannemer hebben de vakkennis en weten hoe een installatie moet worden aangelegd. De borger controleert of dat zorgvuldig gebeurt, maar kan beter niet op de stoel van de uitvoerder terecht komen.”

Administratieve lasten en bewijsvoering

Een ander belangrijk aandachtspunt zijn de administratieve lasten die met de wet gepaard gaan. De Wkb eist dat risico’s en controles worden vastgelegd in een bouwdossier. In de praktijk leidt dat tot uiteenlopende interpretaties van wat voldoende bewijs is. “Sommige installateurs leggen letterlijk alles vast: elke schroef, elk draadje. Dat is op grote schaal niet meer werkbaar.” De sector probeert daarom momenteel een balans te vinden tussen noodzakelijke borging en overbodige administratie. Vooral kleinere installatiebedrijven worstelen met de tijd en kosten die het verzamelen van bewijs met zich meebrengt. Techniek Nederland pleit voor een proportionele aanpak, waarbij de mate van documentatie aansluit bij de omvang en risico’s van het project en ook voor het gebruik van (outputs) van bestaande erkenningen.

Consumentendossier

Een nieuwe verplichting binnen de wet is het consumentendossier, waarin gegevens over gebruikte materialen, installaties en onderhoud worden opgenomen. Dat dossier is bedoeld om toekomstige eigenaren inzicht te geven in de bouwkwaliteit. In de praktijk blijkt de invulling ervan echter nog vaag.

“Het idee is goed,” vindt Nagelkerke, “maar het is nog onduidelijk wat er precies in moet staan en wie verantwoordelijk is voor de inhoud.”

Waken voor verdienmodellen

Een opvallende ontwikkeling is de commerciële markt die rondom kwaliteitsborging is ontstaan. Niet alleen kwaliteitsborgers zelf, maar ook leveranciers van certificaten, databibliotheken en verificatiediensten proberen een rol te claimen in de bewijsvoering. Nagelkerke: “Zolang het ten behoeve van de kwaliteit is, staan we daar achter maar als het door stijgende lasten ten koste gaat van de ondernemer, niet.” Ze waarschuwt dat borging geen verdienmodel mag worden. De wet is bedoeld om kwaliteit te garanderen, niet om administratieve diensten te verkopen. De kosten voor de kwaliteitsborger worden doorgaans betaald door de hoofdaannemer, die ze vervolgens doorberekent aan de opdrachtgever of koper. “De overheid heeft een deel van haar verantwoordelijkheid doorgeschoven naar de markt,” stelt Nagelkerke. “Dan moet er ook op worden gelet, dat de kosten in verhouding blijven.”

Uniformiteit en proportionaliteit

Alle kwaliteitsborgers werken volgens door de overheid erkende borgingssystemen. Alleen zijn dat er momenteel zo’n zeven à acht, waardoor de uitvoering niet altijd uniform is. Interpretatieverschillen zorgen er voor dat de ene borger veel meer bewijs vraagt dan de andere, wat tot onzekerheid leidt bij bouw- en installatiebedrijven. Volgens Nagelkerke is daarom verdere harmonisatie nodig, zodat eenduidig wordt vastgesteld welk niveau van controle voldoende is. “De praktijk moet leidend zijn. Het gaat om veiligheid en kwaliteit, niet om papierwerk.”

Werkbare balans

De implementatie van de Wkb bevindt zich volgens Techniek Nederland nog duidelijk in de leerfase. Bedrijven moeten hun processen aanpassen, kwaliteitsborgers ontwikkelen hun werkwijzen, en de overheid volgt hoe het systeem zich in de praktijk ontwikkelt. Nagelkerke ziet het als een noodzakelijke evolutie, maar waarschuwt voor overbelasting van de markt: “De wet heeft een goed doel — betere kwaliteit, meer veiligheid en bescherming van de consument. We moeten echter voorkomen dat borging een bureaucratisch doel op zich wordt. De uitdaging ligt in het vinden van de juiste balans: onafhankelijk toezicht waar dat nodig is, vertrouwen in vakmanschap waar dat kan. Alleen dan werkt de Wkb, zoals hij bedoeld is.”

Lees meer over

Niels schrijft als zzp'er veel over energie, duurzaamheid, de energietransitie en alles wat daar mee te maken heeft.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.