Gesponsord

Warmtepomp aangesloten? Dan verandert je energieprofiel fundamenteel

Warmtepomp aangesloten? Dan verandert je energieprofiel fundamenteel

Als jij een warmtepomp plaatst bij een klant, doe je meer dan een oude ketel vervangen. Het energieprofiel van je klant verandert van een redelijk vlak patroon naar een patroon met duidelijke pieken en dalen. Als je dat niet meeneemt in je ontwerp en advies, kun je samen met je klant in de problemen komen: technisch, financieel en richting wet- en regelgeving.

Bij een cv‑ketel op gas was het vermogen in de praktijk altijd direct beschikbaar. De gasdruk was vrijwel constant en zodra de ketel moest branden, deed hij dat ook.

Bij een warmtepomp is stroom de beperkende factor. Het gaat niet alleen om hoeveel elektriciteit je in een jaar gebruikt, maar vooral om hoeveel vermogen je op hetzelfde moment nodig hebt. Als de warmtepomp aanslaat, zeker een lucht‑waterwarmtepomp bij koude buitentemperaturen, schiet het stroomverbruik omhoog. Gebeurt dat tegelijk met het laden van elektrische bedrijfsauto’s, het starten van een procesinstallatie of het aanzetten van een grote keuken- of koelinstallatie, dan kan de hoofdaansluiting overbelast raken. Wat er dan nog kan, hangt af van de grootte van de hoofdzekering en het afgesproken contractvermogen.

Je kunt dus niet meer alleen rekenen op basis van de warmtebehoefte. Je moet ook kijken naar het beschikbare elektrisch vermogen en naar de piekstromen over de dag. Hierdoor adviseer je niet langer alleen over het type warmtepomp, maar over het hele systeem waar die warmtepomp onderdeel van is.

De netaansluiting: sturen in plaats van verzwaren

De neiging om naar een zwaardere aansluiting te vragen werkt steeds minder goed. Door netcongestie is verzwaren vaak lastig of helemaal niet mogelijk. De oplossing moet je dan in het gebouw zelf zoeken. In plaats van de aansluiting groter te maken, ga je het energieprofiel zo beïnvloeden dat je binnen de bestaande aansluiting blijft.

Steeds vaker gebeurt dat met een Energy Management System (EMS). Zo’n systeem kijkt continu naar de hoofdmeter, naar alle grote verbruikers en naar de eigen opwek, bijvoorbeeld van zonnepanelen of een batterij. Als het totale vermogen in de buurt komt van de grens van de aansluiting, grijpt het EMS in. Het kan tijdelijk de warmtepomp terugschroeven, laadpalen beperken of bepaalde installaties iets later laten opstarten.

Jouw taak is om dit zo in te regelen dat comfort en bedrijfsproces gewoon door kunnen gaan. Daarbij helpt de thermische massa van het gebouw. Als je overdag, bij gunstige buitentemperaturen en zo veel mogelijk met eigen zonne-energie, al warmte opslaat in betonvloeren, muren of het buffervat, bouw je een reserve op. Op piekmomenten hoeft de warmtepomp dan minder hard te werken, terwijl het binnen toch op temperatuur blijft.

Flexibiliteit

De warmtepomp zelf is meestal niet het moeilijkste onderdeel. De omgeving eromheen is dat wel: de elektrische infrastructuur, het energiecontract, de laadpunten op het terrein en de koelinstallaties. Alles heeft invloed.

In je advies kijk je daarom niet alleen naar het vermogen van de warmtepomp, maar ook naar het daadwerkelijke gebruik van het gebouw. Wanneer is het pand echt in gebruik en wanneer niet? Op welke tijden kan de installatie rustiger draaien zonder dat iemand daar last van heeft? Welke installaties kunnen kort terugschakelen zonder dat het proces stilvalt? Welke processen hoeven niet precies om acht uur ’s ochtends te starten, maar kunnen ook later op de dag of in de nacht draaien?

Met die informatie kun je samen met je klant een energieprofiel opstellen waarin de warmtepomp voldoende ruimte krijgt om efficiënt en betrouwbaar te draaien, binnen de grenzen van de netaansluiting.

Van papier naar praktijk

Een grote elektrische aansluiting op papier zegt weinig als veel installaties tegelijk aanstaan. Het kan alsnog misgaan als de warmtepomp, laadpalen, productie, ventilatie en koeling op hetzelfde moment aan gaan. Daarom ga je meer werken met praktijkscenario’s.

Samen met je klant loop je de dag door. Hoe ziet de opstart er echt uit? Wanneer moet de productie draaien? Wanneer moeten voertuigen vol zijn? Welke processen liggen vast in de tijd, en wat kan er ook worden verplaatst naar een rustiger moment?

Een EMS kan deze afspraken vertalen naar concrete regels. Je spreekt samen af wat voorrang heeft: eerst veiligheid en belangrijke processen, daarna het comfort in het gebouw. En daarna pas de apparaten die makkelijk kunnen wachten, zoals het laden van voertuigen of sommige hulpsystemen. De warmtepomp wordt zo een onderdeel van hoe je het beschikbare vermogen bewust verdeelt, in plaats van een los apparaat dat alleen maar aanslaat als de thermostaat daarom vraagt.

Kantoor, magazijn en laadplein

Stel, je komt bij een klant met een kantoor, een magazijn en tien laadpunten op het terrein. De warmtepomp zorgt voor verwarming en koeling, en gebruikt daarbij ook de betonnen vloeren of plafonds om warmte op te slaan. Het magazijn wordt op temperatuur gehouden en er rijden elektrische bedrijfsauto’s rond.

Je verwarmt de betonnen vloeren en plafonds al in de late middag of avond, als de stroom goedkoper is en liefst met je eigen zonne-energie. Je stelt het laadsysteem zo in dat auto’s die later vertrekken niet snel vol hoeven, maar met lager vermogen en gespreid worden geladen. Via het EMS gaat de warmtepomp wat terug als andere grote verbruikers aanstaan, maar omdat er warmte in het gebouw is opgeslagen, blijft het binnen toch comfortabel.

Onbalanssturing en energieprijzen

Met een goed ingerichte installatie kan je klant ook meebewegen met wat er op het elektriciteitsnet gebeurt. De landelijke netbeheerder bewaakt de balans tussen vraag en aanbod. Bij een overschot of tekort veranderen de prijzen op de groothandelsmarkt. Steeds meer zakelijke klanten krijgen daar via dynamische contracten of via een energiedienstverlener mee te maken. Het helpt als het gekozen energiecontract past bij dit verbruikspatroon.

Met energievergelijker van Independer kun je vooraf nagaan welk contract daar het beste bij aansluit. Is er veel aanbod en is de stroom goedkoop, dan kan de warmtepomp extra warmte opslaan in vloeren, wanden of een voorraadvat voor warm kraanwater. Is het net juist zwaar belast of is de stroom duur, dan kan de installatie tijdelijk wat terugschakelen, zolang het binnen nog prettig blijft en het proces gewoon door kan gaan.

EPBD en monitoring: meten hoort erbij

Voor grotere gebouwen is meten en rapporteren niet vrijwillig, maar verplicht. Door Europese regels (EPBD) en de Nederlandse wetten moeten grote utiliteitsgebouwen een systeem hebben voor gebouwautomatisering en -regeling. Met zo’n systeem kun je per deel van het gebouw het energieverbruik volgen, de gegevens analyseren en rapportages maken.

Dat heeft direct gevolgen voor jouw werk. De gegevens uit de warmtepomp, de energiemeters en de sensoren moeten kloppen en goed worden doorgestuurd naar het gebouwbeheersysteem. Inspecteurs gebruiken die informatie om te beoordelen of het gebouw aan de energie-eisen voldoet.

Als je alleen de apparaten installeert en de communicatie niet goed regelt, kan de installatie officieel niet aan de regels voldoen. Dat is een risico voor je klant maar ook voor jou als installateur. Neem daarom monitoring en rapportage meteen mee in je ontwerp. Op deze manier laat je zien dat je naar het hele systeem kijkt en niet alleen naar de losse techniek.

Nieuwe vaardigheden: techniek en IT‑basis

Je hoeft geen softwareontwikkelaar te zijn, maar een basis in digitale techniek is wel belangrijk. Het helpt als je ongeveer weet wat een EMS doet en hoe je een grafiek van verbruik en vermogen leest. Ook beveiliging wordt steeds belangrijker: wie mag er op afstand inloggen, hoe ga je om met wachtwoorden en updates, en hoe voorkom je dat iemand van buitenaf in de installatie kan komen?

In de praktijk werk je vaker samen met gebouwbeheerders en IT’ers. Jij bent degene die de brug slaat tussen de installatie in de technische ruimte en het energiegebruik van het hele pand. Daarin zit je meerwaarde voor de klant.

Onderhoud: niet alleen onderdelen

Onderhoud gaat niet meer alleen over onderdelen, maar ook over instellingen. Natuurlijk blijf je koelmiddelinhoud, lekdichtheid, filters, pompdruk en geluid controleren. Maar bij een veranderend energieprofiel hoort ook het nakijken van de regeling.

Je bekijkt of de instellingen nog passen bij hoe het gebouw nu wordt gebruikt. Je controleert of dynamische stroomtarieven en eventuele onbalanssignalen echt worden benut. Je let erop of de installatie niet in een veilige maar dure modus blijft draaien na een storing of een fout in een sensor. Als bijvoorbeeld de internetverbinding uitvalt, kan het systeem terugvallen op vaste, hoge temperaturen en geen rekening meer houden met piekvermogen of prijzen.

Van oplevering naar samenwerking

De relatie met je klant stopt niet meer bij de oplevering. Vroeger hoorde je soms jaren niets, tot er een storing was. Met warmtepompen, laadpleinen en een EMS is dat anders.

Je klant komt sneller bij je terug als het gebruik van het gebouw verandert, er extra laadpunten of zonnepanelen bijkomen, of als de energieleverancier, en dus het energiecontract verandert. Ook bij andere vragen of opvallend hoge piekstromen ben jij de logische contactpersoon. De oplevering is daardoor geen eindpunt meer, maar het begin van een langere samenwerking.

Dit artikel is gesponsord door Independer.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.