Voor warmtapwaterbereiding wordt in toenemende mate een warmtepomp toegepast. Maar er zijn alternatieven, zoals elektrische boilers. Welke oplossing het best gekozen kan worden, vraagt om een nauwkeurige afweging. En juist die afweging ontbreekt vaak in Nederland. Dat komt omdat op het geven van dergelijke ontwerptechnische adviezen aan particulieren en bedrijven geen subsidie wordt verstrekt. Warmtepompexpert Patrick Schimmel van installatiebedrijf Schimmel Techniek pleit zelfs voor subsidie op de totaaloplossing in plaats van op de individuele componenten. Daarnaast benoemt de warmtepompexpert een ander heikel punt, wat hij als bedreiging van de markt ervaart: de tijdsafhankelijke nettarieven.
Tijdsafhankelijke nettarieven

Om met dat laatste te beginnen: netbeheerders willen per 1 januari 2029 tijdsafhankelijke nettarieven gaan invoeren en dienden daarom begin mei een voorstel in bij toezichthouder ACM. (ACM publiceerde in oktober op basis hiervan een ontwerpbesluit, red.) Die tarieven verschillen per seizoen. Het gaat hierbij om aansluitingen tot maximaal 3 x 80 A, dus voor particulieren en mkb’ers. De stijgende netkosten moeten volgens de netbeheerders namelijk eerlijker verdeeld worden door twee derde van de netkosten afhankelijk te maken van volume en tijdstip van energiegebruik. In de winter houdt dat in dat tussen 16:00 en 22:00 uur het hoogste nettarief geldt.
En dat zijn juist de momenten dat warmtepompen op hun top draaien, omdat het buiten koud is en elektriciteitsvraag hoog is. Het advies van de netbeheerders is dat afnemers het elektriciteitsgebruik van bijvoorbeeld hun elektrische auto’s en warmtepompen verschuiven naar rustigere momenten. “Maar een warmtepomp kun je niet zomaar zeven uur uitzetten. Een slecht geïsoleerde woning koelt dan gewoon af”, stelt Schimmel. “Dit is funest voor de warmtepompmarkt. Het is ook voor het eerst dat ik me echt serieus zorgen maak over het bestaansrecht van mijn eigen bedrijf, want de kans bestaat dat straks bijna geen warmtepomp meer verkocht wordt.”
Volgens hem dreigt daardoor precies hetzelfde te gebeuren als eerder bij zonnepanelen: eerst jarenlang stimuleren, daarna de businesscase onderuithalen. “Aan de ene kant geven we subsidie om warmtepompen aan te schaffen, aan de andere kant raken we mensen straks keihard in de portemonnee. Dat gaat de terugverdientijd weer van zeven naar twaalf jaar brengen.”
Warmtepomp heeft gewonnen
Ondanks die zorgen ziet Schimmel geen alternatief meer voor de warmtepomp. “Ik heb heel lang gedacht dat er nog andere oplossingen zouden kunnen zijn, maar ik denk dat we op het punt zijn beland dat de warmtepomp gewonnen heeft.” En dus is het interessant te kijken naar de praktische invulling van all-electric installaties. En juist warmtapwater blijkt daarin een cruciaal onderdeel. In nieuwbouwwoningen ziet Schimmel vooral combinaties van warmtepompen met geïntegreerde of losse boilers verschijnen. In renovatieprojecten zijn nog verschillende hybride tussenoplossingen mogelijk. “Hier kun je kiezen voor bijvoorbeeld monoblock-systemen voor verwarmen en een ventilatiewarmtepompboiler voor warmtapwater”, zegt hij. “Maar ook elektrische boilers winnen terrein, vooral door het afbouwen van de salderingsregeling.”
Elektrische boilers
Juist over die elektrische boilers is Schimmel wel uitgesproken kritisch. Volgens hem maken veel huishoudens een rekensom die psychologisch begrijpelijk is, maar technisch en economisch niet klopt. “Mensen denken: in de zomer warm ik gratis water op met zonnepanelen”, zegt hij. “Dat klopt en dan verdienen ze bijvoorbeeld 50 euro. Maar in de winter verwarmen ze hun woning en warmtapwater met een COP van 1 en geven ze 75 euro uit. Dan sta je dus nog steeds op een verlies van 25 euro.”
Dat is volgens Schimmel een typisch Nederlandse reflex. “We vinden het erger om iets ‘weg te geven’ aan het net dan om uiteindelijk meer geld kwijt te zijn. Bovendien zorgt massale toepassing van COP 1-verwarming voor een extra belasting van het elektriciteitsnet. Als we dit allemaal gaan doen, trekken we het net volledig uit elkaar. Dat is natuurlijk precies wat we niet willen.” Zijn voorkeur gaat daarom duidelijk uit naar warmtapwaterbereiding via warmtepomptechniek. Bijvoorbeeld met een ventilatiewarmtepompboiler of een boiler gekoppeld aan de warmtepompinstallatie.
Thermische accu
Opvallend is dat warmtepompboilers volgens Schimmel steeds meer een nieuwe rol krijgen binnen de energietransitie: die van thermische batterij. “Want een boiler is ook gewoon een accu, een thermische”, stelt hij. Juist grotere boilers bieden volgens hem kansen om slim om te gaan met overschotten aan duurzame elektriciteit. Wanneer er veel zon- of windenergie beschikbaar is, kan warmte opgeslagen worden in water. Daardoor hoeft de warmtepomp later minder hard te werken tijdens piekmomenten.
“Je kunt in de renovatiemarkt de boilertemperatuur laag houden, omdat je veel liters beschikbaar hebt”, legt hij uit. “Daardoor kan de warmtepomp veel efficiënter warm water maken. En op momenten van overschot kun je juist enorm veel warmte laden.” Ook financieel vallen grotere boilers volgens hem mee. “Tussen een 200- en 300-literboiler zit misschien 300 euro verschil.”
Ruimtegebrek
In bestaande woningen blijft ruimtegebrek echter een grote uitdaging. Zeker in renovatieprojecten moeten installateurs creatief omgaan met opstellingen van warmtepompen en boilers. Schimmel ziet daarom steeds vaker horizontale boilers verschijnen. “Technisch zijn die minder efficiënt dan verticale exemplaren, omdat de natuurlijke gelaagdheid van warm water minder goed werkt. Toch valt dit in de praktijk behoorlijk mee, en is het dus vaak een acceptabele oplossing.
De dimensionering van boilers gebeurt bovendien steeds nauwkeuriger. Daarbij wordt gekeken naar het aantal slaapkamers, mogelijke bewoners en zelfs de aanwezigheid van een bad. “Voor een woning met drie slaapkamers kom je al snel op ongeveer 234 liter boilervolume uit”, aldus Schimmel.
Een techniek die volgens Schimmel nog altijd zwaar onderschat wordt, is de douche-warmteterugwinning, beter bekend als douche-WTW. “Bij een cv-ketel was het eigenlijk een onzinnige oplossing”, zegt hij. “Maar bij warmtepompen is het fantastisch.” Het principe is eenvoudig: het warme afvalwater uit de douche verwarmt via een warmtewisselaar het inkomende koude leidingwater voor. Daardoor hoeft de boiler veel minder energie te leveren.
“Je verwarmt het koude water al van 10°C naar 30°C, voordat het naar de douche gaat”, legt Schimmel uit. “Daardoor heb je nog maar een paar liter echt warm water uit de boiler nodig.” Volgens hem past deze techniek perfect in het nieuwe denken rond warmtapwater: minder piekbelasting, minder elektriciteitsvraag en slimmer omgaan met beschikbare energie.
Subsidie moet naar totaalplan
De grootste verandering die Schimmel zou willen zien, zit uiteindelijk niet in techniek maar in beleid. Volgens hem moet Nederland stoppen met subsidies op ‘het doosje’ en juist sturen op complete verduurzamingsplannen. Daarbij verwijst hij nadrukkelijk naar het Britse model. Daar ontvangen bewoners pas subsidie wanneer een compleet besparingsontwerp wordt aangeleverd, inclusief warmteverliesberekening, geluidsberekening en systeemontwerp. “Nederland zou dat voorbeeld moeten volgen, dus subsidie op de totaaloplossing”, vindt Schimmel.
Kennisniveau verhogen
Volgens hem zou dat ook direct het kennisniveau in de markt verhogen. Installateurs worden dan beloond voor ontwerpwerk, waterzijdig inregelen en systeemoptimalisatie in plaats van alleen snelle montage. Juist dat waterzijdig inregelen blijft volgens Schimmel een van de meest onderschatte onderdelen van de energietransitie. “Het is al vijf jaar verplicht, maar het gebeurt nog steeds nauwelijks”, zegt hij. “Elke warmtepomp draait prachtig in het testcentrum met een COP van 5. Vervolgens hangt iemand hem thuis aan twee leidingen en draait hij ineens een COP 2.”
Daarmee raakt hij een gevoelige snaar die eigenlijk al decennialang binnen de installatiesector heerst. Want volgens hem ligt het probleem vaak niet bij de warmtepomp zelf, maar bij de manier waarop bestaande installaties ontworpen, gereinigd en ingeregeld worden. “Installateurs willen snel cv-ketels verkopen en weer door”, zegt hij. “Maar juist met goed inregelen kun je klanten enorm helpen. Het comfort wordt beter en het energieverbruik lager. Dat is bij warmtepompen niet anders.”














