Dé nieuwe norm voor werkplekverlichting

Ben je al op de hoogte dat sinds augustus vorig jaar de nieuwe Europese Norm voor werkplekverlichting binnen, de EN 12464-1:2021, actief is? Geen probleem, we praten je graag even bij. De vorige norm die dateerde uit 2011 was namelijk toe aan herziening, aangezien werkzaamheden en daarmee de behoefte van licht op de werkplek de afgelopen jaar sterk zijn veranderd. In dit artikel bespreken we de belangrijkste wijzigingen in de nieuwe norm.

In de tabellen worden de behoeften van meerdere categorieën gebruikers per zientaak aangegeven: naast de minimum vereisten, zijn er nu ook hogere vereisten naar verlichtingsniveaus opgenomen in de tabellen. Waar voorheen strikt werd voorgeschreven in bijvoorbeeld een kantoorsituatie dat je 500 lux op het werkvlak nodig had, wordt in de nieuwe versie van deze norm gesteld dat je misschien wel 500 lux, óf misschien 750 lux óf 1000 lux nodig hebt.

Dit wordt in de opeenvolgende schaal van verlichtingssterkte gedefinieerd: 5 – 7,5 – 10 – 15 – 20 – 30 – 50 – 75 – 100 – 150 – 200 – 300 – 500 – 750 – 1000 – 1500 – 2000 – 3000 – 5000 – 7500 – 10000 lux.

Hiermee voorziet de norm ook in een advies om te kiezen voor een hogere luxwaarde in bijzondere situaties of bepaalde omgevingen. Een voorbeeld: in circulatiegebieden en gangen schrijft de norm nog steeds een minimum voor van 100 lux. Dat is voldoende als er zich enkel mensen door deze gebieden begeven. Als er in deze circulatiegebieden en gangen echter sprake is van bewegingen door voertuigen, wordt 150 verlangd. (1 stap hoger in de schaal van verlichtingssterkte 100 > 150 lux).

Wanneer kiezen voor meer lux?

Hiervoor is een checklist opgesteld met zaken die invloed hebben op de benodigde lichtsterkte. Op basis van onderstaande lijst ga je de situatie langs en bepaal je wat van toepassing is en wat niet. Zodra er in onderstaande lijst 1-2 zaken van toepassing zijn voor de visuele taak, ga je 1 stap hoger in de schaal van verlichtingssterkte dan door de norm als minimum beschreven. Wanneer er meer dan 2 zaken van toepassing zijn, ga je 2 stappen hoger in de schaal.

  • De visuele taak (het soort werk) is bepalend (ook op basis van leeftijd en ervaring uitvoerder)
  • Afwegen hoe fouten kunnen worden vermeden (wat-als-analyse)
  • Indien hogere nauwkeurigheid en concentratie benodigd zijn
  • Bij ongewoon kleine detailwaarneming en slecht contrast
  • Taken met ongewone duurtijd
  • Taken met zeer weinig of geen daglichttoetreding
  • Lager gezichtsvermogen van de gebruiker dan normaal

Bijkomende aanbeveling: indien het merendeel van de werknemers ouder dan 50 jaar is, worden 2 stappen op de schaal van verlichtingssterkte aangeraden. Voor kantoren dus van 500 naar 1000 lux.

Dé nieuwe norm voor werkplekverlichting

Reflecties

In de nieuwe norm is meer aandacht voor de vereisten voor reflecties van het plafond, muren en vloer en voor de cilindrische verlichtingssterkten worden mee opgenomen in de tabellen, waar dit voorheen enkel in de tekst stond beschreven. Daarmee wordt het belang van deze parameters extra onderstreept. Dit zal in de praktijk zorgen voor een aangenamer ruimtelijk gevoel op de werkomgeving. De aanbevolen reflectie coëfficiënten van de vloer worden in de nieuwe norm verhoogd van 20-40% (0.2-0.4) naar 20-60% (0.2-0.6). Die voor typisch glazen binnenwerk was nog niet omschreven in de norm uit 2011, maar wordt voor de 2021 versie vastgelegd op 10% (0.1).

Human Centric Lighting

In de nieuwste norm is een Bijlage C opgenomen. Deze onderschrijft het belang van de visuele – en niet-visuele effecten van licht. Hierbij gaat het dan om de effecten van Human Centric Lighting, waarbij de lichtkleur en lichtintensiteit gedurende dag veranderd. Dit is nog geen aanbeveling omdat er op internationaal niveau nog geen eenduidige lijn is over de toepassing van deze Human Centric Lighting systemen in de praktijk.

Dé nieuwe norm voor werkplekverlichting

Aanvullende wijzigingen

  • Een nieuw hoofdstuk over ontwerp beschouwingen is toegevoegd. Hierin wordt aandacht besteed aan hoe er met de normen in de praktijk moet worden omgegaan. Dit hoofdstuk moet voorkomen dat er voor inferieure en goedkope oplossingen kan worden gekozen die op papier tijdens oplevering wellicht voldoen aan de norm, maar in de praktijk niet voldoen.
  • De relatie werkplek vs. directe omgeving vs. de achtergrond wordt beter toegelicht in de norm.
  • De vereisten voor verblinding (UGR / RUGL) met verduidelijking van afscherming van lichtbronnen worden beter uitgelegd. Daarbij is er ook een bijlage opgenomen (Bijlage B) over UGR in niet ‘standaard situaties’. In de 2011 versie wordt gerekend met de UGR-formule. Die is niet langer terug te vinden in de nieuwe norm, hier wordt gewerkt met de UGR-tabellenmethode.
  • Items als flicker en stroboscopisch effect worden (beperkt) toegelicht.

Wij zijn jouw support

Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel over EN-12464:2021 of wil je meer weten over dit onderwerp? Neem gerust contact op met de lichtspecialisten en -adviseurs van TRILUX. Ook als je een verlichtingsproject hebt en zekerheid wilt zijn wij jouw steun door het uitwerken van normconforme lichtberekeningen en -plannen volgens de nieuwste norm. Dit jaar organiseerde de TRILUX Akademie diverse webinars over dit onderwerp, welke hier is terug te kijken.

Dit artikel is gesponsord door TRILUX.