Vlambogen: 6 misvattingen die nog steeds veel voorkomen

Wanneer het gaat om het veilig en operationeel houden van elektrische installaties behoren de risico's en gevolgen van vlambogen tot de grootste uitdagingen. Een vlamboog ontstaat als gevolg van het plotseling vrijkomen van energie. Hierbij kunnen enorme hitte, licht, geluid, drukgolven en giftige stoffen vrijkomen. Vlambogen kunnen leiden tot (ernstig) letsel of de dood, aanzienlijke schade aan installaties, of productiestilstanden, maar toch lijkt er relatief weinig kennis over en bewustzijn van dit onderwerp te zijn. Daarom noemt HyTEPS graag een aantal veel voorkomende misvattingen rond vlambogen, die nog steeds vaak voorbij komen.
Delen:

1: ‘Vlambogen zijn een ‘trendy’ nieuw onderwerp’

In de VS werd de eerste informatie over vlamboogbescherming in 1995 gedeeld door NFPA 70E. Deze schreef PBM’s voor bij bepaalde scenario’s – er was nog geen sprake van berekeningen. In 2000 verdeelde NFPA 70E PBM’s in 5 niveaus (0-4). De eerste versie van vlamboogberekeningen werd in 2002 uitgebracht door IEEE, gebaseerd op een grote studie uitgevoerd in 2000 en verwijzend naar de niveaus in NFPA 70E. Tegenwoordig schrijven de OSHA-voorschriften en de NFPA 70E- en CSA-Z462-normen voor dat apparatuur die met 50 volt en meer werkt, moet worden beoordeeld op vlambooggevaren. Inmiddels groeit het besef in Europa snel.

2: ‘Er bestaan geen Europese wetten over vlambogen, dus zo ernstig kan het niet zijn…’

De Nederlandse NEN 3140-norm, om een voorbeeld te geven, gaat uitgebreid in op vlambogen. Hoewel NEN 3140 geen wet is in formele zin, heeft deze wél rechtsgeldigheid. Er wordt bijvoorbeeld naar verwezen in de Arbowet, en na een vlambooggebeurtenis zullen inspecteurs controleren of de norm is nageleefd. Het niet naleven van de NEN 3140 heeft grote juridische gevolgen – ook al is het geen wet als zodanig.

3: ‘Na het nemen van preventieve maatregelen, behoren vlambogen tot het verleden’

Elektrische installaties veranderen doorlopend en worden steeds complexer, mede door ontwikkelingen zoals elektrificatie. Het is belangrijk te weten dat dit ook het geval is voor laagspannings- en gelijkstroomnetten.

Fabrikanten bieden als reactie op het groeiende bewustzijn van de risico’s van vlambogen veiligere producten. Zo reageren bepaalde stroomonderbrekers nu op licht- en temperatuurveranderingen, en niet alleen op overstroom, om sneller op vlamboogstoringen te kunnen reageren. Er is echter een fysieke grens aan hoe snel een stroomonderbreker kan reageren. Fabrikanten van behuizingen bieden sterkere kasten die een vlamboogstoot kunnen absorberen – maar zodra de deur geopend is, kunnen elektrotechnici of omstanders nog steeds blootstaan aan groot gevaar.

Fysieke veiligheidsmaatregelen zijn belangrijk, maar geen volledige oplossing. Regelmatige metingen zijn niet verplicht, maar na elke wijziging aan het netwerk zijn alle eerder uitgevoerde vlamboogtests ongeldig. Berekeningen blijven alleen geldig zolang het systeem niet is gewijzigd. Daarom moeten wijzigingen worden gemeld en is elke keer een nieuwe analyse vereist.

Je kunt op elk punt in het netwerk stroomonderbrekers plaatsen, maar als je geen rekening houdt met vlambogen, kun je ze niet helpen voorkomen. Het is belangrijk om altijd een compleet, gedetailleerd, actueel overzicht van de volledige installatie te hebben en te begrijpen hoe de interactie tussen componenten het risico op vlambogen beïnvloedt, zodat de juiste stappen kunnen worden ondernomen…

4: ‘Vlambogen kunnen in een laagspanningsomgeving niet heel gevaarlijk zijn…’

Vlambogen komen veel vaker voor in laagspanningsomgevingen dan in hoog – en middenspanning. Men gaat er vaak vanuit dat werken met laagspanning veiliger is – maar vergeet dat de stroom veel hoger is. Ook bestaan er veel strenge, sinds lange tijd geaccepteerde protocollen en processen met betrekking tot hoogspanning, die zorgvuldig worden nagevolgd. Dit is niet altijd het geval voor laagspanning. Het is belangrijk om dit te beseffen, omdat vlambogen vaak het gevolg zijn van menselijke fouten. Degenen die aan een installatie werken, hebben vaak geen volledig overzicht van het systeem en de natuurkundige wetten die eraan ten grondslag liggen erachter. Arc Flash labels bieden essentiële informatie in één oogopslag.

5: ‘Je netwerk goed beschermen tegen kortsluiting biedt ook bescherming tegen vlambogen’

Veel mensen denken dat kortsluiting in wezen hetzelfde is als een vlamboog. Dat is dus niet het geval!  Vlambogen kunnen worden veroorzaakt door kortsluiting, maar een netwerken ontwerpen met het oog op het voorkomen van kortsluiting biedt geen garantie dat er vlambogen niet zullen optreden! Daarom moet u vanaf de eerste ontwerpfase rekening houden met vlambogen.

6: ‘Vlambogen komen vrijwel nooit voor, dus het is niet efficiënt om veel moeite te steken in het voorkomen ervan’

Mensen denken dat vlambogen zeldzaam zijn – maar dat zijn ze niet! Melden van vlambogen is weliswaar verplicht, maar niemand praat graag over het feit dat ze vlambogen hebben ervaren in hun installatie. In elke groep die een van onze HyTEPS-trainingssessies bijwoont, hebben er ten minste één of twee een vlamboog meegemaakt, of ze kennen iemand kennen die er getuige van is geweest. Sterker nog, we moeten streven naar 100% vlamboogveiligheid. Want 99% veiligheid betekent dat er nog steeds mensen gewond kunnen raken of zelfs overlijden op het werk.

Dit artikel is gesponsord door HyTEPS.

Dit vind je misschien ook interessant