Rookmelders in bestaande bouw worden in 2022 verplicht

In 2019 zijn 103.657 woningbranden* gemeld, waarvan er 38 met een fatale afloop zijn geregistreerd. Hiervan was slechts in één op de vijf van de gevallen een goed werkende rookmelder aanwezig.** In Nederland is het namelijk (nog) niet verplicht om in woningen die voor 2003 gebouwd zijn een rookmelder op te hangen. Gelukkig komt hier verandering in.

Sinds 2003 is het conform het Bouwbesluit verplicht om rookmelders te plaatsen in nieuwbouwwoningen en renovatieprojecten. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft nu een wetswijziging ingediend om rookmelders ook voor bestaande bouw van vóór 2003 verplicht te stellen. Dit gaat dan al in per 1 juli 2022.

Deze wetswijziging zou een enorme verbetering betekenen voor de brandveiligheid in Nederland. Een kanttekening hierbij is op zijn plaats: de wetgeving is te generiek om echte brandveiligheid te leveren. Iedere situatie is uniek, waardoor het huidige niveau in de wet- en regelgeving onvoldoende toereikend is. Hoe dan ook, de wijziging zal een flinke impact hebben op het beleid, de bedrijfsvoering, het budget van corporaties en natuurlijk voor de installateurs die de melders moeten plaatsen.

Wat is echte brandveiligheid eigenlijk?

Brand- of koolmonoxideveiligheid – of nog beter: vluchtveiligheid – wat is dat eigenlijk? In de kern gaat het erom dat je bij brand of te hoge koolmonoxidewaardes op tijd gewaarschuwd wordt zodat bewoners de woning zo snel mogelijk kunnen verlaten.

Een rook- of koolmonoxidemelder ophangen kan de vluchttijd aanzienlijk vergroten. Belangrijk daarbij is wel dat je deze rook- of koolmonoxidemelder op de juiste plek installeert en dat deze tijdig wordt onderhouden en vervangen. Ook als het gaat om een kwalitatief goede melder die voldoet aan alle normen en is gecertificeerd conform de hoogste kwaliteitseisen. Kennis van de werking van rookmelders en de technische installatie is dus absoluut een must.

Regelgeving als richtlijn

Zoals gezegd begint het creëren van een brandveilige woning met het plaatsen van een melder. In het nieuwe wetsvoorstel wordt nu ook de aanwezigheid van rookmelders in bestaand bezit vóór 2003 verplicht. Alle woningen die daarna gebouwd zijn vallen onder de huidige wetgeving voor nieuwbouw waar het al verplicht was om rookmelders te plaatsen.

De huidige voorstellen gaan echter minder ver dan de wetgeving voor nieuwbouw. Dit betekent dat melders in bestaande bouw niet verplicht gekoppeld hoeven te worden en dat deze ook gevoed mogen zijn door alleen een (alkaline) batterij en dus niet op het net (230V) aangesloten hoeven te worden. Beide punten leveren in potentie het risico van schijnveiligheid op. Waarom?

Hemmink pleit voor het koppelen van melders en het gebruik van 10-jaars lithium batterijen

Een voorbeeld

Als de rookmelder in een huis van drie verdiepingen op zolder afgaat en deze is niet gekoppeld, dan hoor je hem niet (goed) als iemand in de woonkamer zit, en vice versa. Bovendien is bij melders met een alkaline batterij er geen back-up als de batterij leeg is of onverhoopt niet meer (goed) werkt. Bovendien moeten de batterijen jaarlijks vervangen worden. Als dit niet of te laat gebeurt werken de melders niet meer.

Hemmink pleit voor het koppelen van melders en het gebruik van 10-jaars lithium batterijen. Hoewel dit in de NEN2555 niet verplicht gesteld wordt, biedt dit veel meer zekerheid en brandveiligheid voor de bewoners. De batterijen gaan gedurende de levensduur van de melder mee en hoeven dus niet vervangen te worden. Geen schijnveiligheid, maar wel zekerheid dat je melder het doet als het echt nodig is.

Schijnveiligheid

Hoewel normen een goede leidraad zijn, schuilt in het generiek toepassen ervan een gevaar: schijnveiligheid. Veiligheid zit namelijk niet in wettelijke regels, maar vooral in doordachtzaamheid, kennis van zaken en maatwerk. Uit ervaring weten wij dat een situatie ogenschijnlijk veel op een andere situatie lijkt, maar toch zodanig afwijkt dat een ander plan nodig is om échte brandveiligheid te creëren.

Pas de norm dus niet generiek toe, maar bekijk voor iedere situatie wat nodig is om een veilige woonomgeving te realiseren. Wij adviseren dan ook om altijd een gedegen projectie te laten maken door brandveiligheidsexperts die hier dagelijks mee te maken hebben. Meer informatie over projectering vind je hier.

De wijziging, wat houdt die nu precies in?

Indien het voorstel op 1 juli 2022 wettelijk van kracht wordt, dan zijn dit de belangrijkste wijzigingen:

  • De aanwezigheid van een rookmelder die voldoet aan EN14604 wordt op iedere bouwlaag (iedere verdieping inclusief de begane grond) in de bestaande bouw verplicht gesteld in woningen.
  • De betreffende rookmelders moeten een levensduur hebben van 10 jaar. Dit betekent dat iedere tien jaar de rookmelder moet worden vervangen.
  • Het toepassen van vrijloopdrangers wordt verplicht. Dit geldt voor een toegangsdeur van een woonfunctie die alleen zelfsluitend is bij brand in de woonfunctie of het woongebouw waarin de woonfunctie is gelegen. Dit geldt voor nieuwe woongebouwen en bij verbouw en transformatie (functiewijziging).
  • De verantwoordelijkheid voor de specifieke zorgplicht voor de bouwwerkinstallatie wordt expliciet toegewezen aan de eigenaar van het bouwwerk (vaak de corporatie).

Voor een meer gedetailleerde beschrijving van bovenstaande maatregelen verwijst Hemmink naar dit kennisartikel.

Dit artikel is gesponsord door Hemmink

* Bron: website Federatie Veilig Nederland

** Mogelijk is dit aantal zelfs hoger omdat niet alle woningbranden zijn geregistreerd. Bron: Jaaroverzicht woningbranden 2019