Is de groepenkast klaar voor de meterruimte van de toekomst?

De energietransitie zorgt voor grote veranderingen ten aanzien van energiegebruik. Dit uit zich in overheidsreguleringen, in de wensen van huiseigenaren - en daarmee ook in de meterruimte en groepenkast. Door al deze veranderingen moeten bestaande veiligheidsnormen opnieuw onder de loep gehouden worden om juiste keuzes te maken. Wat moet er gebeuren, zodat de energietransitie geen hoofdpijndossier wordt?
Delen:

De energietransitie heeft allerlei gevolgen voor technische installaties in woonhuizen. Denk aan het wegvallen van gasaansluitingen: in 2050 moeten alle woningen van het gas af zijn. In plaats van gas wordt voor duurzamere energiebronnen gekozen om de woning en het tapwater te verwarmen en elektrisch te koken.

Deze keuzes vinden hun weerslag in de meterruimte. In nieuwbouwwoningen is een gasaansluiting al niet meer verplicht. Alternatieve energiebronnen nemen de plaats van aardgas in en de gasmeter verdwijnt hiermee uit de meterkast. Warmtesets bevinden zich in gebieden met stadswarmte op de plaats van de gasmeter in de meterkast.

Is er geen sprake van stadsverwarming, dan blijft de zone voor de gasmeter in de meterruimte leeg. Voor verwarming wordt in nieuwbouwwoningen veel gebruikgemaakt van een warmtepomp, en koken is vaak elektrisch. In de meterkast betekent dit extra aansluitingen op de groepenkast.

Intensievere, continue belasting door de energietransitie

Meterruimte met gasaansluiting en opsplitsing tussen bewonersdeel en gedeelte netbeheerder (opstelling 1 Marktconsultatie NEN).

De groepenkast wordt onder invloed van de toenemende elektrificatie van de woonhuisinstallatie steeds uitgebreider. De toepassing van een warmtepomp, van zonnepanelen op het dak of de keuze voor een elektrische auto zorgt ervoor dat de groepenkast niet alleen uitgebreider wordt, maar ook steeds zwaarder wordt belast. Met de toename van het aantal groepen in de groepenkast nemen ook de afmetingen toe.

Maar de beschikbare ruimte is niet alleen een zaak waar installateurs rekening mee moeten houden. De invloed van de intensievere, specifieke belastingen op het ontwerp vereist extra aandacht.

In tegenstelling tot traditionele energiebronnen en belastingen zorgen zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s voor langdurige en constante belasting. Als een groepenkast deze belasting niet aankan en de temperatuur in de groepenkast te veel stijgt, lopen bewoners onnodige risico’s. In het verlengde daarvan loopt ook de installateur risico.

Future-proof ontwerp

Het is daarom essentieel om je er als installateur van te verzekeren dat groepenkasten future-proof ontworpen zijn. De groepenkast in kwestie moet geschikt zijn voor een gelijktijdigheid van 1 voor PV-groep, warmtepomp én laadgroep. Daarnaast moet de groepenkast de opgetelde stroom van het elektriciteitsnet én de PV-stroom aankunnen. KEMA-KEUR op de groepenkast helpt de installateur bij het selecteren van een veilig ontwerp en het risico te beperken.

Groepenkasten moeten future-proof ontworpen zijn.

Met de toename van het aantal groepen wordt de benodigde ruimte voor de groepenkast in de meterruimte groter. Maar het betekent niet per se dat alle techniek centraal geplaatst dient te worden. Er kan ook worden gekozen voor het decentraal plaatsen van de groepenkast of onderverdeelkasten.

Meterruimte van de toekomst

Neem de marktconsultatie die de NEN eind 2020 uitvoerde samen met de normcommissie NEN 2768, waar Eaton aan deelneemt en bij de pilot betrokken was als medeorganisator. De proefopstellingen toonden onder andere een traditionele meterruimte – met de groepenkast op 130 cm hoogte in plaats van de standaard 160 cm, of een smallere meterruimte – maar er waren ook opstellingen met fysieke opsplitsing tussen het netbeheerdersdeel en het bewonersdeel.

Daarbij kun je denken aan het decentraal plaatsen van een groepenkast, bijvoorbeeld op zolder dichtbij grote energieverbruikers, en onderverdeelkasten op andere plaatsen waar de energievraag groot is zoals de keuken.

Naast deze marktconsultatie over ‘de meterruimte van de toekomst’ neemt Eaton ook deel aan andere initiatieven op het vlak van de aansluiting van woningen op het energienet. Zo was het bedrijf in samenwerking met partners betrokken bij een pilot met een ondergrondse meterkast en bij de totstandkoming van de norm NTA 8769 ‘aansluiting van prefabmeterkasten in de ruwbouwfase’.

De weg naar betere standaarden

In deze wereld, waarin innovaties en reguleringen in rap tempo voorbijkomen, zijn normen en standaarden essentieel voor risicobeperking van de installateur. Want met toenemende veranderingen komen toenemende risico’s.

Eaton zet zich in voor de ontwikkeling van erkende normen.

Dit is waarom Eaton zich inzet voor de ontwikkeling van erkende normen. Niet alleen productnormen zoals de NEN-EN-IEC 61439-3 voor de groepenkast, maar ook normen zoals de NEN 1010 en de norm voor de meterruimte. Deze zijn broodnodig om handvatten te bieden aan onder andere bouwbedrijven en installateurs, zodat ze ongeacht de situatie veilige en betrouwbare oplossingen kunnen leveren aan bewoners.

Laat van je horen!

Productleveranciers, bouwbedrijven, architecten, netbeheerders – het is van belang dat de stem van iedereen op het speelveld gehoord wordt. Ook die van installateurs. De oproep van Eaton is dan ook: laat van je horen! Want vergis je niet: op basis van deze inbreng worden de voorschriften bepaald.

Het is daarom belangrijk om, door deelname aan initiatieven van NEN, je plek aan de tafel in te nemen. Niet alleen vanuit eigenbelang, maar ook voor het comfort van de bewoner. Of het nu gaat om de meterruimte, installatienormen, of hoe we de energietransitie praktisch moeten aanvliegen (want die is onomkeerbaar): zorg dat je meepraat. Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat ieders belangen worden gewaarborgd en we tot optimale oplossingen komen.

Dit artikel is gesponsord door Eaton

Dit vind je misschien ook interessant